Ze zijn er wel, maar je moet goed zoeken om ze te vinden: spellen met groeimotoren die ik
wel leuk vind. Wat doet Glen More goed dan wel anders?
- De motor is eenvoudig: grondstoffen worden zeer snel punten.
- Iedereen bouwt aan zijn eigen motor, maar...
- ... wordt wél afgerekend op de efficiëntie ervan. Klein en fijn is net zo levensvatbaar als groot en overdadig, maar je moet het wel goed doen.
- Er zit een nadrukkelijke relatieve puntentelling in die spelers dwingt om elkaar in de smiezen te houden of toch te laten specialiseren.
- Het topologische aspect werkt verrassend door: je kunt per keer maximaal 9 (in uitzonderlijker gevallen 10) tegels activeren, maar probeer dat maar eens ronde na ronde vol te houden. Groei is daardoor niet vanzelfsprekend, en als je gaat voor een overdadige motor moet je beslist op een andere manier spelen—en dat opent de weg voor andere strategieën.
Ik werd blij van het spelen van dit spel, en dat is me in lange tijd niet overkomen. De prijs is ook zeer schappelijk te noemen.
Minpuntjes? Ja, natuurlijk: de trekstapeltjes voelen na een tijdje wat 'gescript' aan, dat is wel jammer omdat het spelprincipe méér toestaat. Maar je kunt niet alles hebben.
Glen More is geen spel voor spelers die wegzwijmelen bij lange sessies Caylus, Le Havre en Puerto Rico, daarvoor is de motor te eenvoudig en misschien ook wel te eenkennig. Maar die kleine details maken dit spelletje voor míj tot een prima tijdverdrijf. Ook met weinig spelers, waar het nog steeds prima functioneert.