Lads en Lassies, ik hou van Schotland. En mijn vrouw nog meer. Ze zal het nooit toegeven maar eigenlijk kickt ze gewoon op mannen in een rok. Ik hou eerder van de woeste hooglanden, de ruwe Schotse eilanden, de kunst- en cultuurstad Edinburgh en natuurlijk Nessie, je weet wel dat ding dat in Loch Ness verscholen zit. En ja hoor, ik ontken het niet, Schotse whisky, ik mag er graag aan ruiken. Maar goed, niets van dit alles hier. We bouwen Glasgow op. En laat dat nu, in mijn ogen, de minst sexy stad van Schotland zijn. Ik hou van geschiedenis, middeleeuwse krochten en burchten zijn mijn ding. Niets van dat alles echter in de grauwe industriestad Glasgow. Maar laat dit geen beletsel zijn om een potje Glasgow te spelen.
Glasgow. De hele stad is volgens wikipedia, afgezien van een klein aantal bouwwerken (in de eerste plaats Glasgow Cathedral) ontstaan na pakweg 1800. Van beslissende betekenis voor de groei van de stad was het uitbaggeren van de rivier Clyde tot een haven waar ook de grootste schepen binnen kunnen lopen. In de omgeving aanwezige kolen en ijzererts droegen bij aan de economische bloei. En laat dit nu het uitgangspunt van Glasgow, het spel dan, zijn.
We zijn kooplieden die begin 1800, out of the Blue, een nieuwe moderne stad willen opbouwen. Daarvoor sluiten we contracten af die ons goederen of andere voordelen zullen opleveren. Met die goederen gaan we bij architecten langs en bouwen we met hen de stad op. Wie de grootste bijdrage aan de nieuwe stad levert, wint Glasgow. Eenvoudig toch?
Iedere speler (er zijn er maar twee, want dit is een echt tweespelersspel) krijgt een spelersbordje waar hij zijn goederenstenen die hij tijdens de loop van het spel verwerft, kan opslaan. Het bordje biedt plaats aan vijf bakstenen, vier staal, drie goud en één vat whisky. Meer goederen dan hij kan opslaan op zijn bordje, mag een speler tijdens een spel niet bezitten. Die Schotten toch, gierig als geen ander. Zelf prefereren ze zuinig.
Daarna maken de spelers met 12 van de 14 contracttegels en de 4 architecten een cirkel. Die cirkel stelt, geloof het of niet, de rivier Clyde voor. Laten we er ons ophouden dat de cirkel de haven van Glasgow voorstelt waar je voordelige contracten probeert af te sluiten om die dan bij de architecten te gelde te maken. De cirkel moet groot genoeg zijn om binnenin de stad uit te bouwen. Op het einde zal de stad een vierkant zijn van 5 op 4 of 4 op 5 gebouwtegels. Als het 20ste gebouw gebouwd wordt, stopt Glasgow (het spel dus) en worden er punten geteld.
Om de cirkel, de rivier Clyde of de haven dus, op te bouwen leg je eerst een architecttegel, daarna vier contracttegels gevolgd door nog één architecttegel. Je herhaalt dit nog tweemaal. Dus er worden slechts 12 van de 14 contracttegels gebruikt. De overgebleven twee contracttegels worden terug in de doos gelegd en worden in dit spel niet gebruikt. Je sluit de cirkel af met een architecttegel die naast de startarchitecttegel komt te liggen om de cirkel af te sluiten.
De gebouwentegels worden geschud. Bij elke architecttegel worden er twee gebouwentegels buiten de cirkel gelegd. De overige gebouwentegels dienen als trekstapel.
Iedere speler krijgt één baksteen en één staal om te beginnen. Wie het laatst iets Schots deed (wat dat dan ook moge zijn) begint het spel. Deze speler zet zijn koopman op het linkse veldje van de startarchitecttegel. De andere speler zet zijn koopman op het rechtse veldje van die tegel.
De speler die aan de beurt is, is verplicht om zijn koopman langs de rivier (de cirkel met de tegels dus) te bewegen. Hij mag niet passen en zijn koopman op de tegel laten staan. Indien hij dat wenst, voert hij de actie uit van de tegel waar hij geëindigd is. Het bewegen langs de rivier doet een speler met de klok mee, maar hij mag zoveel tegels overslaan als hij zelf wil. Hij mag nooit eindigen op een contracttegel waar de andere koopman staat. Op een architecttegel mogen er wel twee koopmannen staan.
In Glasgow zijn de spelers niet standaard afwisselend aan de beurt. Een speler blijft namelijk aan de beurt zolang zijn koopman zich achter de koopman van de andere speler bevindt. Op een architecttegel zijn er twee vakjes. De speler die het laatst op die tegel belandt, plaatst zijn koopman op het linkse vakje en verschuift de koopman van de andere speler naar het rechtse vakje. De laatst toegekomen speler op een architecttegel is dus de laatste speler en is dus opnieuw aan de beurt.
De acties op de contracttegels zijn heel simpel. Negen van de veertien tegels leveren goederen op (bakstenen, ijzer of goud). Slechts één tegel levert whisky op. Het vat whisky is een joker en kan voor ieder ander goed ingezet worden. Let wel, als de andere koopman op de contracttegel met whisky terecht komt (kan ook via een gebouwde fabriek), kan hij jouw vat whisky overnemen als je het nog niet gebruikt hebt. Tof, doe je al die moeite om aan whisky te geraken, probeer je er zuinig mee om te gaan en net zoals goede whisky het te bewaren, loopt die andere idioot er mee weg. Tof spel!
Met één contracttegel kan je goederen ruilen. De ruilvoorwaarden staan op de tegel. Opgepast, je mag slechts een van de voorgestelde ruilvoorwaarden in jouw beurt gebruiken. Een andere contracttegel zorgt ervoor dat je van de trekstapel een gebouw mag nemen en het meteen bouwen (als je de bouwkosten betaalt). Wil of kan je dit gebouw niet gebouwen, dan krijg je het eerste goed dat je normaal zou moeten betalen om het gebouw te bouwen. Met een andere contracttegel kan je de gebouwen bij een architect vervangen. Een andere contracttegel activeert de gebouwde fabrieken in een rij en kolom. Fabrieken produceren goederen.
Tot slot is er nog een contracttegel die op het moment zelf niets doet, maar die je toelaat om de volgende actie tweemaal uit te voeren. Let wel, ieder potje doen er twee willekeurige contracttegels niet mee. Ieder potje speelt op die manier dus anders.
De architecttegels laten je toe om een van de twee gebouwen die bij hen liggen, te bouwen. Dit doe je door de bouwkosten (goederen) te betalen. Het leuke is dat je mits betalen van een goudstuk je nog een tweede gebouw mag bouwen (natuurlijk moet je ook hiervoor de bouwkosten betalen). Als je daarna nog twee goudstukken in jouw bezit hebt, mag je nog bijkomend een derde gebouw bouwen. Mits voldoende goud kan je dus bij een bouwactie meerdere gebouwen bouwen.
Een gebouw dat je bouwt, moet altijd aansluiten(horizontaal of verticaal) bij een reeds eerder gebouwd gebouw. (probeer nog maar eens een zin te verzinnen waar je minstens zoveel keren bouwt of gebouw gebruikt). Je mag wel de grenzen van het raster (4 bij 5 of 5 bij 4) niet overschrijden. Je legt een gebouw ook altijd zo neer dat de kleine pijl aan de onderkant van het gebouw verwijst naar de speler die het gebouw bouwde (daar gaan we weer met dat bouwen). Zo weet je altijd welke speler de eigenaar van het gebouw is.
Een speciaal gebouw is de fabriek. Als er een nieuw gebouw bijkomt, in de rij of kolom waar één of meerdere fabrieken aanwezig zijn, produceren die fabrieken de afgebeelde goederen voor de respectievelijke eigenaren. Let wel, een pas gebouwde fabriek produceert niet meteen zijn goederen.
Het spel stopt als het 20ste gebouw gebouwd is. Tijd om de punten te tellen. Ieder gebouw brengt minstens de punten op die rechtsboven op de tegel staan. Voor fabrieken (één punt per fabriek) en bezienswaardigheden (variërend van 4 tot 6 punten) zijn dat ook de enige punten die die gebouwen opbrengen. Een winkel brengt ook maar één punt op, maar slaag je erin om de winkel op een van de vier hoeken van het bouwraster te bouwen, krijg je vijf punten extra.
Ook woningen scoren initieel maar 1 punt. Hun waarde verhoogt als er aanpalende woningen zijn (horizontaal of verticaal, drie punten extra per aanpalende woning, ongeacht wie de eigenaar is). Een station is op zich geen punten waard. Maar heb je zelf minstens 1 woning, 1 bezienswaardigheid, 1 fabriek en 1 park gebouwd, dan krijg je tien punten per station. Als je twee stations hebt en toch maar 1 van elk van de vereiste gebouwen krijg je toch twintig punten. Parken verdubbelen hun waarde door het aantal parken dat je gebouwd hebt. Heb je maar één park gebouwd, dan krijg één punt. Twee parken leveren vier punten op, drie parken negen punten, enz. Heb je alle zes de parken gebouwd, dan krijg je 36 punten.
Tot slot heb je nog banken. Een bank zet resterende goederen of fabrieken om in punten. Wie de meeste punten heeft, wint Glasgow
Copyright: Lookout Games
Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen. Thematisch en esthetisch is Glasgow geen hoogvlieger. Let wel, er is niets mis met het spelmateriaal noch met de afbeeldingen op de tegels. Maar vandaag zijn we meer (misschien wel teveel) gewoon. Daarmee is meteen al het negatieve wat over dit spel te melden is, gezegd. Voor de rest niets dan lof van mijnentwege.
De spelregels in Glasgow zijn duidelijk en simpel. Het spel legt uit in vijf minuten, de tegels zijn taalonafhankelijk, de gebruikte symbolen duidelijk. Eens uitgelegd, moesten we zelden of nooit meer teruggrijpen naar de spelregels. Glasgow speelt ook vlot. De beurten zijn eenvoudig en volgen elkaar in snel tempo op. Met dertig minuten ben je inderdaad klaar, meestal speelden we zelfs onmiddellijk een tweede maal.
Ondanks zijn eenvoudige spelregels is het belangrijk dat je de juiste economische motor weet te vinden. Fabrieken snel bouwen, leveren extra goederen op. Leuk is om fabrieken van jouw tegenspeler te activeren op het moment dat zijn spelerstableau vol ligt met goederen. Want dan mag hij er geen nemen. En dat is de essentie van Glasgow, wil je winnen, dan moet je goed inschatten wat jouw tegenspeler wil doen. Waarom pot hij bepaalde goederen op? Welke gebouwen wil hij per se bouwen? Hoe kan ik hem daarin dwarsbomen zonder mijn eigen acties op te offeren? Zal ik vooruitlopen om zeker dat gebouw bij die architect te kunnen bouwen? Laat ik daarvoor niet teveel acties voor mijn tegenspeler liggen? Als ik dat gebouw daar aanleg, dan activeer ik de fabriek van mijn tegenstander maar dan brengt mijn woning meer punten op? Als ik die woning voor zijn neus wegkaap, dan brengt zijn station geen tien op? Enz..
Ook dat is een voordeel van Glasgow. Het heeft een grote herspeelbaarheid, we zijn het na een aantal potjes nog altijd niet beu. Als je het een aantal keren speelt, heb je wel door hoe het werkt. Er zijn niet oneindig veel wegen naar de overwinning. En jouw tegenstander heeft dat ook heel snel door. Veel puntenverschil was er in de meeste van mijn potjes niet te vinden. Spannend maar dat betekent ook dat je best geen fouten maakt, anders vliegt de overwinning aan jouw neus voorbij. Doorgewinterde veelspelers zullen na een aantal potjes het ding volledig doorhebben en het waarschijnlijk nooit meer uit de kast halen. Maar laat dit jouw spelplezier niet vergallen.
Iets wat me intrigeerde, toen ik de spelregels las, was dat als je drie goud betaalde, je nog een vierde gebouw kon bouwen. Maar als je op jouw spelerstableau slechts plaats hebt om drie goud te stockeren, hoe kon dat dan? Je hebt die opgepotte drie goud namelijk nodig om een tweede en derde gebouw te mogen bouwen. Autistisch zoals ik ben, heb ik hier uren mijn hoofd over gebroken. Maar op één van mijn potjes maakte mijn tegenspeler me dit pijnlijk duidelijk, toen hij, nadat hij zijn derde gebouw bouwde, twee fabrieken activeerden die hem extra goud opleverden waarmee hij, in combinatie met een vat whisky, nog een vierde gebouw kon bouwen. Game, set and match voor hem. Ik kon alleen nog maar mijn wonden likken en verbaasd zijn over zoveel vernuft.
Kortom, Glasgow, Me like!
- Glasgow (999 Games, 2020)
- Auteur: Mandela Fernandez-Grandon
- Artwork: Franz Klemenz
- 2 spelers vanaf 8 jaar
- 30 minuten
- https://www.999games.nl/glasgow.html
- Adviesprijs: 19,99 euro
