Veronderstel eens dat je door de tijd kon reizen. Naar welke historische periode zou je dan afreizen? Gezien mijn interesse voor de Middeleeuwen zou ik zeker die periode prefereren.
Niet dat ik niet geïnteresseerd ben in andere tijdperken. Maar ik heb zeker een boontje voor de Middeleeuwen. Bordspellen die dat als thema hebben, dragen dan ook mijn voorkeur weg. Maar wat als je eens zou willen weten hoe het er in de prehistorie er aan toeging? Wel vooraleer af te reizen, zou ik iedereen aanraden eerst Paleo te spelen. Ik vraag me af of je dan nog altijd de prehistorie zou willen bezoeken.
Paleo is een coöperatief spel. De spelers ontdekken samen de prehistorische wereld, het Stenen Tijdperk zoals de spelregels die periode omschrijven. Bedoeling is dat de spelers gezamenlijk werken aan een grottekening (vijf overwinningsfiches) en deze af hebben vooraleer ze vijf doodskoopfiches hebben verzameld.
Iedere speler in Paleo is de leider van een groep mensen. Paleo is het best speelbaar met drie verschillende groepen van mensen (drie spelers dus). Ben je met meer spelers dan kunnen verschillende spelers samenspelen en één groep van mensen aansturen. Paleo is toch een coöperatief spel. Je wint samen of je verliest samen. Spelers moeten sowieso samenwerken en goeie afspraken maken als ze de nederlaag willen afwenden. De verschillende groepen van mensen die door de spelers gestuurd worden, vormen samen een volksstam die probeert te overleven.
Paleo verloopt in meerdere ronden. Het aantal ronden ligt niet op voorhand vast. Het spel stopt als er vijf overwinningsfiches of vijf doodskopsfiches zijn verzameld. Pas op, die doodskopfiches verzamel je snel als je niet goed oplet. Een spel kan dus snel afgelopen zijn.
Iedere ronde bestaat uit een dag- en een nachtfase. Tijdens de dagfase verzamelen spelers grondstoffen, maken ze gereedschappen en vervullen ze verschillende opdrachten. Ze verzamelen vooral voldoende voedsel om hun mensen in de nachtfase te kunnen voeden en zodoende in leven te houden.
Iedere speler krijgt bij het begin van spel twee mensen (kaarten met eigenschappen) ter zijner beschikking. Dit is zijn groep van mensen. Iedere mens (kaart) heeft een aantal levenspunten. Als die opgebruikt zijn, overlijdt die mens en ontvangt de groep een doodskopfiche. Je houdt als speler dus best jouw mensen in leven. Naast levenspunten beschikt een mens over capaciteiten (kracht, waarneming of handigheid) en soms ook over gereedschap (eenmalig te gebruiken).
Bij het begin van Paleo wordt de stapel met basiskaarten (32 kaarten die in ieder spel gebruikt worden) gemengd met de kaarten van het gekozen scenario. Er zijn in totaal tien modules (A tem J) die je kan gebruiken. Er zijn vooraf uitgeschreven scenario’s (scenario 1 speel je met de modules A en B). In principe kan je willekeurig modules met elkaar mengen. Maar je bent al een heel tijdje zoet met het spelen van alle vooraf uitgeschreven scenario’s. Ieder scenario heeft een specifieke moeilijkheidsgraad en voegt extra mogelijkheden aan het spel toe. Je begint met het makkelijkste scenario (level 1) en eindigt met het moeilijkste (level 7).
Je begint dus het best met scenario 1. Hiervoor meng je de kaarten van modules A en B met de basiskaarten. Je neemt wel eerst de missiekaarten en geheimkaarten uit de stapel en legt die op het nachtbord. Missiekaarten moeten vervuld worden tijdens de nachtfase. Geheimkaarten bieden extra mogelijkheden tijdens het spel. De ideeënkaart Tent wordt in de werkbank gezet. In de werkbank liggen ook gereedschapsfiches (fakkel, vuistbijl, speerpunt) die je mits het inleveren van grondstoffen (hout en/of steen) tijdens het spel kan verwerven. Gereedschapsfiches versterken de capaciteiten van jouw groep mensen.
Op de Basiskamptableau (spelbord) komen extra mensenkaarten te liggen naast dromen en ideeën. Dit zijn extra kaarten die je in de loop van jouw zoektocht kan verwerven. De volksstam start met vijf voedsel. Tijdens de nachtfase moeten alle mensen van de groep gevoed worden. Een mens (één kaart) heeft één voedsel nodig om de nacht door te komen. Per ontbrekend voedsel krijgt de groep één doodskopfiche. Dus de volksstam start met zes mensen (iedere speler krijgt bij het begin twee kaarten) en vijf voedsel. Er zal dus zeker voedsel moeten verzameld worden in de dagfase.
Goed, eens de stapel met basis- en modulekaarten goed geschud is, wordt de volledige stapel kaarten gelijkmatig onder de spelers verdeeld en kan de dagfase starten. Iedere speler mag één kaart kiezen uit de eerste drie kaarten van zijn stapel. Hij mag hierbij alleen maar de achterkant van de kaarten bekijken en dus niet naar de voorkant waarop te zien is wat de kaarten precies doen. Aan de hand van de achterkant kan een speler min of meer afleiden wat hem te wachten staat. In bossen, rivieren en bergen vinden de spelers vaak nuttige grondstoffen maar opgepast bepaalde kaarten hebben een addertje onder het gras. Kaarten met een rode achterkant zijn negatief en brengen schade toe aan de groep. Ze zijn dus best te mijden.
Mensen, dromen, thuis en ideeën zijn altijd positief. Sommige kaarten bevatten een mammoet. Mammoeten leveren veel voedsel op, maar zijn niet makkelijk te overwinnen. Iedere speler kiest dus een kaart uit de bovenste drie kaarten van zijn trekstapel. Spelers mogen overleggen wie welke kaart neemt. Als iedereen gekozen, worden de kaarten omgedraaid en voeren de spelers de acties uit op de voorkant van een kaart. De meeste kaarten laten een speler kiezen uit verschillende acties. Een mogelijke actie op heel veel kaarten is een andere speler helpen. Die speler voert dan zelf geen actie uit, maar hij helpt een andere speler bij het uitvoeren van zijn actie. Heel veel acties vereisen namelijk bepaalde capaciteiten (kracht, waarneming, handigheid). Een speler beschikt zelf soms niet altijd over alle capaciteiten om de actie te mogen uitvoeren. Als een andere speler helpt dan mag de speler gebruik maken van de capaciteiten van de groep mensen van de helpende speler. Er is dus veel overleg nodig om te bepalen wie welke acties uitvoert.
Een correct uitgevoerde actie levert buit (grondstoffen, voedsel, gereedschapsfiches, extra kaarten) op. Een voorbeeld van buit kan ook een deel van de rotstekening (overwinningsfiche) zijn. En je hebt vijf van die dingen nodig om te winnen. Soms gebeurt het dat een speler om een actie te kunnen uitvoeren de bovenste kaarten van zijn trekstapel moet afleggen. Hij legt die op de gedekte aflegstapel. Opgepast als bij die kaarten een gevarenkaart (rode achterkant) zit. De speler is dan verplicht om een schadefiche te nemen. Schadefiches worden op de levenspunten gelegd van zijn groep mensen. Eens die opgebruikt zijn, sterft die mens en krijgt de groep een doodskopfiche. Er zijn mogelijkheden om schadepunten af te weren (indienen van de gereedschapsfiche vel bijvoorbeeld) of mensen te genezen. Maar je vermijdt best die schadefiches. Let op. Als je gevarenkaarten moet spelen, leveren die sowieso schade op. Als je een andere speler helpt bij het uitvoeren van een actie en er dienen door die speler rode kaarten te worden afgelegd, kunnen de schadefiches verdeeld worden over de actieve en de helpende speler. Dit kan belangrijk zijn om te vermijden dat mensen sterven.
Als een speler geen actie kan doen en ook niet kan helpen, kan hij de kaart negeren. De kaart wordt dan gewoon afgelegd. Soms gebeurt het ook dat een kaart niet gewoon afgelegd wordt, maar uit het spel wordt genomen. Dit beperkt de mogelijkheden in een volgende ronde.
De dagfase loopt door zolang spelers kaarten in hun trekstapels hebben. Als er geen enkele speler nog kaarten heeft, eindigt de dagfase en begint de nachtfase. Eerst moet er een voedsel betaald worden voor alle mensen die deel uitmaken van de volksstam. Het afgegeven voedsel wordt in de algemene voorraad gelegd. Per ontbrekende voedselfiche ontvangt de groep een doodskopfiche. Daarna moet de groep de missiekaarten afhandelen. Vaak betekent dit ook afgeven van voedsel, grondstoffen en/of gereedschapsfiches. Als de groep de missie niet kan afhandelen, ontvangt ze opnieuw een doodskopfiche.
Als na de nachtfase er geen vijf overwinningsfiches (groep wint) of vijf doodskopfiches (groep verliest) verzameld zijn, start een nieuwe dagfase. De afgelegde kaarten (gedekt en ongedekt) worden geschud en terug gelijkmatig onder de spelers verdeeld en alles start terug.
Dit gaat dus door tot een van de twee voorwaarden vervuld zijn om het spel te stoppen.
Copyright Sidusov-Tabletopia
Paleo is een thematisch sterk spel. Je wordt meegezogen in een tijdperk van de geschiedenis waar overleven centraal stond. En dat is wat je als speler probeert te doen. Je wil jouw groep van mensen in leven houden. Maar overleven is niet voldoende. Om te winnen moet je ook die overwinningsfiches verzamelen en soms moet je daarvoor opofferingen doen.
Paleo is een echt coöperatief spel. Je moet als verschillende spelers zeer goed samenwerken en vaak heb je de hulp van anderen nodig om iets te bereiken in dit spel. Spelers die niet houden van dat coöperatieve blijven best weg van Paleo. Pas op, Paleo is niet eenvoudig. We waren een aantal potjes ver vooraleer we scenario 1 positief wisten af te sluiten. En dat is dan nog het gemakkelijkste level. Ik zou zelfs aanraden om niet te starten met scenario 1 (module A en B) maar gewoon de kaarten van module A aan de basiskaarten toe te voegen. Dit maakt het iets eenvoudiger om het spel te winnen en intussen leer je Paleo spelen.
Want dat is belangrijk. Paleo moet je leren spelen. Zeker de eerste potjes hadden we het gevoel dat we het spel niet altijd in de hand hadden, maar afhankelijk waren van de kaarten die per toeval omgedraaid werden. De groep mensen die je willekeurig toegewezen wordt bij het begin van spel waren vaak al bepalend of je kon winnen of niet. Dus toeval bij het trekken van kaarten speelt wel een rol in Paleo en dat is spijtig. Hoe meer je Paleo speelt, hoe beter je het toeval kan sturen.
De tien modules zorgen voor onbeperkte mogelijkheden maar vormen ook een beperking bij Paleo. Paleo speel je namelijk het best met spelers die even gevorderd zijn. Ofwel zijn het allemaal beginners, ofwel allemaal gevorderden, als je begrijpt wat ik bedoel. En het is niet altijd even eenvoudig om steeds dezelfde spelersgroep samen te krijgen om Paleo te spelen. Op een bepaald moment heb je het namelijk gehad en voel je geen behoefte meer om een nieuw scenario te spelen. En dat is het jammere van Paleo. De eerste potjes speel je met plezier maar daarna wordt het precies een karwei en verdwijnt het spelplezier. Kortom, ik heb het na een aantal potjes gehad met Paleo. Maar die potjes die ik gespeeld heb, heb ik me wel geamuseerd.
Och ja, Paleo is eigenlijk een perfect spel om helemaal alleen te spelen. Je stuurt dan als enige drie groepen mensen aan. Dus als je geen medespelers voor Paleo vindt, kan je perfect op jouw eentje het spel spelen. En geloof me, ik, als gezelschapsspeler, vind dat jammer genoeg geen meerwaarde.
- Paleo (999 Games, 2020)
- Auteur: Peter Rustemeyer
- Artwork: Dominik Mayer
- 1-4 spelers vanaf 10 jaar
- 45-60 minuten
- https://www.999games.nl/paleo.html
- Adviesprijs: 42,99 euro
