In het dobbelspel worden de symbolen en de kleuren van het kaartspel gebruikt.
De actieve speler dient voorafgaand aan de worp de uitkomst te voorspellen. Daarna doen alle medespelers met de klok mee ook hun voorspelling, die niet aan elkaar gelijk mogen zijn. De eerste medespeler met de hoogste voorspelling in een andere kleur, wordt de volgende beurt de actieve speler.
De actieve speler wijst nu de de kleur toe aan het wizardsymbool. Die geldt in deze ronde voor alle spelers.
Vervolgens mag de actieve speler drie keer dobbelen. Na iedere gooi mogen spelers passen. Voor iedere goede voorspelling noteren de spelers een kruis op hun scoreblok. Bij meer of minder stenen, wordt het verschil genoteerd.
Als er één of meer narren zijn gegooid, mag je een alternatieve narrentelling uitvoeren. Hiermee kun je een mislukte voorspelling het cijfer 0 geven.
Het spel eindigt zodra één van de spelers het aantal vooraf vastgestelde kruizen bereikt heeft (9-12). De vijf kolommen op het scoreblok worden gewaardeerd. In de eerste kolom is ieder kruis 1 punt waard. In de tweede kolom 2 punten, etc. Heb je exact het aantal afgesproken kruizen behaald, dan ontvang die speler 3 bonuspunten. Van iedere mislukte voorspelling worden de betreffende getallen als minpunten gewaardeerd.
Het spel bevat ook een variant met toverkaarten, die een specifieke spelregel toevoegen aan het spel.
- Spelers: 2-5 personen
- Leeftijd: vanaf 10 jaar
- Speelduur: 20 minuten
