Het was vier jaar wachten, maar daar is ze dan: Wingspan Midden- en Zuid-Amerika. Mijn favoriete continent, als het gaat om vogels buiten Europa, heeft zo’n ongekende vogelrijkdom dat daar makkelijk drie of vier uitbreidingen voor Wingspan van hadden kunnen worden gemaakt. Elizabeth Hargrave heeft samen met haar team een keuze gemaakt voor 111 vogels. Plus nog eens 40 kolibries op evenzoveel minikaartjes die een nieuw mechanisme toevoegen. Dat was nodig, aldus Hargrave, om recht te doen aan de speciale positie die de vele kolibries in de ecologie van dit continent innemen.
Terzijde: kolibries stammen in een lange lijn af van de familie der gierzwaluwen en komen alléén op het Amerikaanse continent voor.
In Wingspan vliegen de kolibries heen en weer tussen een centrale tuin (een nieuw centraal speelbordje) en jouw vogelreservaat (je eigen speelbord) en voeden daarmee een extra mini-ecosysteem voor je spelletje Wingspan. Ze leveren uiteraard nectar, maar ook eitjes, vogelkaarten en stapjes op een nieuw eigen scorebordje.
Hieronder volgt een vrij lange recensie, waarin ik de regels oversla en vooral beschrijf wat wij van het spel vinden. Voor wie dat alles te lang duurt, zal ik de boel eerst samenvatten. Verhaal is gebaseerd op meer dan tien spelletjes met twee en drie spelers, met de Engelstalige versie. De Nederlandstalige versie van 999 Games volgt half maart.
Samenvatting
Door naar het hele verhaal maar?
Thema, materiaal en vormgeving
Welk spel Elizabeth Hargrave ook maakt: het thema is bepalend voor haar ontwerp. Dat is ook met deze uitbreiding weer goed zichtbaar. Als je één keer hebt rondgelopen in de Amerikaanse wouden, dan weet je: kolibries zijn van die magische wezentjes die nooit stil zitten, altijd in beweging zijn, continu op zoek naar nieuwe bloemen met zoete nectar. Ze gonzen als bijen, hangen even stil bij een bloem, schieten weer weg naar de volgende. Het zijn regenboogkleurige bliksemschichten in de zon.
Terzijde: sommige kolibries zijn trekvogels. Ze halen uit die bloemen een hoeveelheid energie met de waarde van een druppel benzine en vliegen er tot 3000 kilometer mee. Dat zijn nog eens efficiënte motortjes.
Die ongedurige beweging is precies wat je terugziet tijdens een spelletje Wingspan met de Amerika's. Ook de kolibriekaarten liggen nooit stil, bewegen van bord naar bord, doen daar even iets voor je spel en zijn alweer verdwenen. Goed bedacht, ik kan niet anders zeggen.
De 'gewone vogels' zijn thematisch ook helemaal oké: de informatieve teksten op de kaarten zijn leuk leesvoer en de eigenschappen voor het spel zijn meestal weer uit het leven gegrepen. Het ziet er ook allemaal weer prachtig uit, dankzij het vakmanschap van Ana Maria Martinez Jaramillo, Natalia Rojas en Martha Clare. De tekeningen zouden zo passen in de betere vogelgidsen voor het continent.
Zijspoor, vooral niet lezen als je niks met vogels hebt. Ik pik er een paar uit, omdat ik daar toch iets speciaals mee heb. De common pauraque bijvoorbeeld, een soort nachtzwaluw die je overal in Zuid-Amerika kunt zien, als je tenminste in het donker door de bossen rijdt. Ze voeden zich namelijk graag met insecten, en wat is nou een betere plek daarvoor dan een zandweg door een bos, vol met aangereden voedsel? Ze ogen sprookjesachtig in je koplampen en als ze wegvliegen, lijken ze licht te geven. Of neem de keel-billed toucan (zwavelborsttoekan), die zijn enorme snavel die overigens niks weegt de hele dag gebruikt om allerlei fruit van bomen te raggen, waarbij veel in de snavel zelf terecht komt maar ook nogal wat op de grond terecht komt, of op je knar als je niet oplet. Dat die vogels dus tussen de speelronden door allerlei lekkers uitdelen aan vogels in zijn buurt, is dus best toepasselijk. De bananaquit heet suikerdiefje in het Nederlands, een zeer toepasselijke naam, want dat is precies wat ze doen: waar ze kunnen, pikken ze suiker. Hyperactief, niet bang maar wel onrustig en overal gaat dat vinnige snaveltje even in. Waar de suikerdief verschijnt, is de kolibrie even weg, dus die bruine eigenschap klopt precies, zou ik zeggen. De elegant trogon (wij zeggen groenstaarttrogon) zit er ook bij, gelukkig. Die zie je dus niet snel, maar áls je zijn felle groen-wit-rood tussen de dikke bladeren ziet, maakt je hart echt wel een klein sprongetje. Zo’n vogelkaartje haalt dat weer helemaal naar boven. De zwarte gier dan (wacht, die zat al in het basisspel): als je door zo’n tropisch dorpje loopt en er zijn een keer geen straathonden in de buurt, dan lopen deze enorme gasten gerust gezellig met je mee. De resplendent quetzal is de fraaiste uit het hele pak, vind ik dan. Nooit gezien helaas, maar je moet wat te wensen overhouden, nietwaar? De white-throated magpie-jay (ekstergaai) ten slotte is misschien wel de meest sociale van allemaal. Altijd samen, met hele families, en ze struinen vooral ook graag rond in de buurt van jouw ontbijttafel als die toevallig ergens buiten staat. Nieuwsgierig, brutaal en zo slim als kraaien. Iets mooier wel dan zijn verre verwant, zouden sommigen zeggen.
De vormgeving van de uitbreiding en de kwaliteit van de materialen is wederom uitstekend, zoals we gewend zijn van Stonemaier. De speelstukjes waarmee je op je eigen kolibriebordje vooruit gaat, zijn klein maar fijn en je krijgt weer mooie houten eitjes erbij. De kaarten zelf zijn weer van stevig papier met een linnen look.
Wat ik jammer vind, om toch iets te zeuren te hebben, is dat er niet zo'n mooi boekje bij zit als bij Wyrmspan. Als je over niet bestaande draakjes een heel boekje met achtergrondinformatie kunt maken, dan had dat voor die kolibries toch makkelijk óók gekund? Over kolibries is zoveel te vertellen, mensen. Over al die andere vogels trouwens ook. Gemiste kans wat mij betreft.
Speltechniek en speelplezier
Thematisch zijn de kolibries dus helemaal goed; speltechnisch was het even wennen. Het drukke heen en weer bewegen van de kolibriekaarten tussen jouw bord en het centrale bord geeft nogal wat onrust, extra denkwerk en soms verwarrende extra handelingen. Ook kan een beurt nogal uitpakken als er kettingreacties ontstaan. Heel leuk als dat gebeurt natuurlijk, maar andere spelers zitten dan wel even te wachten. Bovendien leveren ze behalve bonussen tijdens je beurt ook veel punten op aan het eind. Ze doen dus echt wel mee, die kolibries; je kunt hun eigen scorebord niet negeren.
Ik was dus niet meteen overtuigd, zeg maar. Negatief geformuleerd: er zijn meer zaken om rekening mee te houden en de relaxte speelwijze lijkt wat minder. Veel beurten eindigen met een extra zetje. Positief geformuleerd: we hebben weer iets om over na te denken en het spel speelt opgepept.
Dat voor wat betreft de kolibries. De ‘gewone’ vogelkaarten zijn er natuurlijk ook nog. Die hebben allemaal frisse nieuwe eigenschappen meegekregen. Sommige echt vet en vaak ook met meer interactie tot gevolg. De leukste: de nieuwe verplaatsvogels waarbij je blokje meeverhuist met de vogel en dus in een andere rij verder gaat. Ik kan me onze allereerste potjes Wingspan herinneren waarbij we de ‘oude’ verplaatsvogels (eigenlijk moet ik natuurlijk zeggen: trekvogels) verkeerd speelden door het blokje mee te verhuizen. Ik weet nog dat ik toen dacht: dat meeverhuizen van je blokje is óók best leuk. Nou, dat kan dus voortaan, met de grote kiskadie, de gestreepte helmspecht en de tropische koningstiran (het neefje van de zwaluwstaartkoningstiran die al in het basisspel zit).
Een potje Wingspan met de nectarbordjes én het Duet bord én de kolibries wordt nu echt een medium zwaar spel. Met alle knisperige beslissingen en analyseverlammingen die erbij komen kijken. Potjes duren dan ook iets langer. Met twee of drie spelers is dat geen enkel probleem, maar met vier of vijf zou ik deze uitbreiding er niet snel bij pakken. Of misschien de kaarten wel, maar de kolibries niet.
De lol van het spelen was de eerste potjes maximaal, omdat het heen en weer vliegen der kolibries gewoon zo grappig was en thematisch zo herkenbaar. Daarna gebeurde iets dat ik met Wingspan nog niet eerder heb ervaren: we moesten even wennen aan het mechanisme. Zodanig, dat ik soms dacht: is dit nou echt leuk, of is het alleen maar extra gedoe? En worden de puntenverschillen niet te groot nu? Daar hebben we doorheen gespeeld gelukkig, maar dat was dus kennelijk wel nodig.
Wat blijft is het gevoel dat er nóg meer kan met deze uitbreiding. Bijna alle vogels die je tegenkomt zijn nu speelbaar en je machientje begint zo te snorren dat er geen maat meer lijkt te staan op de punten die je haalt. Dat heeft voordelen natuurlijk: alle vogels doen mee en het algehele niveau wordt voor alle spelers opgetild. Maar het heeft ook nadelen voor wie van een strakke pot houdt. Deze uitbreiding is geen allemansvriend, zoveel is duidelijk. Er verandert behoorlijk wat en de gemiddelde spelletjesspeler kan makkelijk afhaken. Ik vergelijk deze uitbreiding wat dat betreft een beetje met Oceanië. Ook dat was even wennen en ook daarbij hadden we soms het gevoel van “alles kan, maar is het ook leuk?” Ons antwoord is “ja”, net als met Oceanië destijds. Maar dat een gezin van zelfbenoemde Wingspan fans moest wennen, zegt wel iets.
Conclusie
Het is weer een feest, deze uitbreiding, maar wel een feest waar je vol verwachting naar toe gaat en eenmaal aangekomen toch even terugschrikt van de drukte. Als je niet meteen wegrent en de drukte kunt accepteren, word je beloond met een prima avondje dat je snel nog eens wilt beleven.
Wingspan Midden- en Zuid-Amerika
1-5 spelers, 10+
Ontwerp: Elizabeth Hargrave
Vormgeving: Ana Maria Martinez Jaramillo, Natalia Rojas en Martha Clare
Uitgave: Stonemaier Games, 999 Games (2026)
