Na een wandeling over de beurs, was het tijd om wat te spelen. We kwamen bij Haumea Games, een hobbybedrijfje van twee Waalse vrienden. We speelden Snorkeling.
In dit spel probeer je zo goed mogelijk te scoren door een zo hoog mogelijk kaart voor je te hebben op het moment dat de ronde eindigt.
In een speelbeurt mag je één of meerdere kaarten op de aflegstapel leggen. Daarbij moet je steeds dezelfde kleur afleggen of een kaart van een andere kleur die precies 1 meer is dan de vorige. Als je kon leggen op de aflegstapel, mag je ook nog een kaart leggen op het stapeltje voor een andere speler. Daar moet je steeds een kaart leggen die eentje lager is dan de waarde van de huidige kaart. Bij het einde van de beurt, neem je een extra kaart op de hand.
Als een speler al zijn kaarten heeft uitgespeeld, eindigt de ronde. Iedereen krijgt punten volgens de waarde van de kaart die open voor hem/haar ligt. Een nieuwe ronde volgt, tot een speler 12 punten of meer heeft.
Snorkeling is een spelletje dat eigenlijk nooit uitgebracht moest zijn. Je kan niet sturen, want je hangt helemaal af van de kaarten die je op hand kreeg. Bovendien kunnen spelers één andere viseren. Teveel beurten kan je gewoon niets doen omdat je geen enkele passende kaart hebt.
Ruim onvoldoende als spel. Wel goede punten voor de vlotte en goede uitleg. Maar daar kom je niet ver mee.
Bij Asmodee was er geen tafel vrij om 7 Wonders Dice te proberen, dus namen we de tijd voor Happy Mochi te spelen. Nu ja, tijd… In enkele minuten ben je wel door het dunne vullertje heen.
De spelers krijgen enkele handkaarten die ze in de volgorde laten zitten zoals die gekomen zijn. In het midden liggen twee kaarten die een getal vormen (bv. 3 en 2 vormen 32). De speler aan de beurt moet twee kaarten leggen die een hoger getal vormen dan het getal in het midden. Die kaarten moeten naast elkaar genomen worden in de hand en mogen niet van plaats gewisseld worden.
Als je niet kan leggen, neem je een kaart die je kan plaatsen waar je wil.
Een aantal actiekaarten zorgen voor wat meer mogelijkheden. Wie het eerste zijn/haar hand uitgespeeld heeft, wint het spel.
Happy Mochi is echt flinterdun. En daar kan ik wel tegen. Maar dit spelletje bood me toch net wat te weinig mogelijkheden om goed genoeg te zijn voor de collectie. Ik zal niet neen zeggen wanneer iemand het voorstelt om te spelen, maar ik zal er spontaan niet meer naar grijpen.
Nog bij Asmodee testten we Star Wars Super Teams. We waren gewaarschuwd door iemand dat het spel eigenlijk niet echt goed was, dus begonnen we met wat vooroordelen. Toen we net begonnen met de speluitleg schoof een vriendelijk man aan met de vraag om mee te spelen. Dat kan, natuurlijk.
Elke speler probeert om als eerste twee ruimteschapen van zijn kleur aan het eind van een omloop te krijgen. Dat gebeurt door het spelen van getalkaarten van de kleur van de ruimtetuigen. Maar je speelt niet jouw eigen kaarten: elke speler ontvangt bij het begin van een ronde enkele kaarten en moet die uitspelen. Dat zijn kaarten van alle kleuren die meespelen.
Onderweg zijn er hindernissen en velden die de actie versterken.
Opnieuw een spel dat niet voldoende is. Door het feit dat de kaarten gewoon gedeeld worden, kan het zijn dat je geen enkele kaart van jouw eigen kleur krijgt. De tegenstanders zullen wel proberen om jouw kaarten zo slecht mogelijk uit te spelen (zodat je op veel hindernissen komt) terwijl hun eigen kaarten goed gebruikt kunnen worden. Te willekeurig naar ons idee.
Bij het spelen had ik voortdurend het gevoel dat we een racespelletje uit de jaren ’70 of ’80 aan het spelen waren. Weinig mogelijkheden en weinig spanning.
Op onze ronde kwamen we bij Tuckers’ Fun Factory. Stijn, medewerker van Tuckers’, legde ons vlot Going Nuts uit.
Going Nuts is een reactiespel waarbij spelers om beurten een kaart moeten openleggen. De kaarten tonen altijd een getal (1 tot 3), een grootte van dat getal (van klein over middel tot groot), een aantal noten en een kleur. Als er in het midden 3 kaarten openliggen met dezelfde waarde of met 1, 2 en 3, moeten de spelers zo snel mogelijk op een kaart slaan om de combinatie te nemen. Maar er zitten ook veel actiekaarten in. Wanneer die uitkomen moet je aan de slag. De acties kunnen bv. zijn: zoek in jouw pak 6 kaarten met de verschillende kleuren en speel die in juiste volgorde uit.
Het gaat er telkens om dat je probeert de snelste te zijn en de kaarten als punten binnen te halen.
Als een speler geen kaarten meer op handen heeft, is het spel voorbij. Wie het meeste kaarten heeft binnengehaald, wint.
Going Nuts is een leuke verfrissing in de reactiespellen. Snel uitgelegd, vlot gespeeld, voldoende ambiance aan de speltafel.
De actiekaarten zorgen bij moment toch voor wat oponthoud omdat je telkens moet gaan kijken in de spelregels wat er gevraagd wordt. Bovendien: eens het spel redelijk gevorderd is, kunnen de combinaties van de actiekaarten vaak niet meer gemaakt worden. Minpunt.
Ik ben nooit actiespeler geweest. Daarvoor beweeg ik mij te gracieus (lees: traag), maar ik geniet wel van de sfeer bij dergelijke partyspelletjes. Hou je van reactiespellen? Probeer Going Nuts maar eens.
We raakten aan de praat met Machteld waarbij we het hadden over de nieuwe druk van Locus. De invulblaadjes zijn een stuk beter geworden met een steviger onderscheid in de kleuren. Ook leuk voor Locus: het spel doet het internationaal goed. Het stemt mij gelukkig want ik ben fan van het eerste uur.
Machteld wilde ons ook nog Chicken Out! leren kennen. Het spel staat al even op de spellenzolder bij ons thuis, maar we speelden het nog nooit.
In Chicken Out! draai je om beurten een getalkaart. Je telt jouw kaart op bij het getal dat net voor jou genoemd werd. Draai je een rood getal, dan mag je ook het verschil maken. Als de som minder dan 21 is, gaat de volgende speler gewoon verder. Komt de som exact op 21 verdwijnen alle kaarten van de stapel uit het spel. Heb je meer dan 21, krijg je de stapel bij jouw pak handkaarten. Wie erin slaagt alle handkaarten af te spelen, wint.
We hadden wel wat lol tijdens het spelen, maar het spel is compleet afhankelijk van het geluk met de kaarten. Ik vermoed dat dit snel gaat vervelen. Het spel verdient zeker een pluspunt voor het pedagogische kantje: kinderen kunnen met dit spelletje aan de slag om spelenderwijs wat te rekenen en te tellen.
Onze wandeling over de beursvloer en de vele leuke gesprekjes zorgden ervoor dat het slotuur al aangebroken was. Op dat moment vonden we Bart terug. We besloten nog een partijtje Villainous Unstoppable te spelen bij Ravensburger.
Deze variant wordt door Ravensburger aangeprezen als een soort junior-variant van het gekende Villainous. Een heel aantal principes zijn herkenbaar: slechte figuren uit het Disney-universum die proberen hun plannetje uit te werken, kaarten met verschillende speelmogelijkheden, elke actie kost kaarten en krachtfiches.
Ik geraakte bij enkele pogingen nooit helemaal in het klassieke Villainous (aan Marvel en Star Wars waagde ik mij sowieso niet omdat ik nog minder voeling heb met het thema dan bij Disney). Maar deze Unstoppable kon mij wel charmeren. Het spel is behoorlijk eenvoudig maar je moet als speler toch wel keuzes maken. Gebruik je een kaart om te bewegen of om een actie te kunnen uitvoeren? Pot je volop krachtfiches om dan meerdere acties te kunnen doen? Elke overweging is ingegeven door de kaarten die je op hand hebt.
Ik vind Villainous Unstoppable een correct spel: behoorlijk speelplezier, geen gaten in het spelsysteem en gewoon en race om als eerste jouw doel te bereiken. Moet het in de spellencollectie? Dat weet ik nu ook weer niet. Het spelsysteem is niet spectaculair of vernieuwend. Maar als men mij vraagt om weer eens mee te spelen, zeg ik zeker ja.