Om even op je vraag te antwoorden: neen!arne schreef:Herkenbaar?
Als je zegt dat je wel eens botst op een hautain lachje of een meewarige zucht, dan zou het kunnen (let op de voorwaardelijke wijs) dat dat (on)rechtstreeks komt door de manier waarop je over je hobby spreekt. Zeg nou zelf: "ik speel graag spelletjes" doet ook mijn gedachten eerder afdwalen naar het monopoly- en levenswegimperium. Onbewust veronderstel ik immers dat iemand "die graag spelletjes speelt", niet echt maalt om kwaliteit, diepgang of uitdaging, maar eerder om het even wat speelt, als het maar een leuk tijdverdrijf is, bij voorkeur in gezelschap van vrienden of familie, met het nodige natje en droogje. Vergelijk het met een vijftiger die zegt: "ik speel graag met treintjes". Voor hetzelfde geld zegt die toch hetzelfde met "ik hou me bezig met miniatuurbouw, in het bijzonder dan met spoorwegen in berglandschappen."
Maar het zit natuurlijk niet altijd (alleen) in de verwoording. Gezien je zelf de term "wetenschappelijk onderzoek" aanhaalt in je artikel (laat ik het dan ook wetenschappelijk zo noemen), moet je maar de "wet van de grote getallen" in gedachte nemen. Als je veel mensen vertelt over je hobby, dan krijg je natuurlijk ook meer reacties, en wel met een verdeelsleutel die steeds meer een afspiegeling van de maatschappij is, en daar zijn de "hardcore gamers" toch nog steeds een minderheid, dus een overdaad aan misprijzen is het logische gevolg.
Tel daarbij hetgeen ik "de kruistocht" in de spellenwereld noem en meteen ook een van jouw voornemens is/was: "meer mensen aan het spelen krijgen", dan ga je bewust ook met meer mensen praten over je hobby die er helemaal niets vanaf weten en/of die er niet in geïnteresseerd zijn, dus is het niet meer dan logisch dat je (relatief gezien) nog meer "negatieve" of "smalende" reacties krijgt.
Als een kind op school geplaagd wordt omdat het voordracht volgt, ballet danst of hobo speelt, dan zeggen volwassenen al snel "loop er dan niet zo mee te koop" of "niet iedereen vindt die dingen even leuk als jij". Misschien moeten we als volwassenen dus ook onze eigen raad aan onze kinderen wat meer ter harte nemen.
Bij mij is het eenvoudig: ik spreek niet over mijn beroep, niet over mijn hobby's en niet over mijn interesses, tenzij men er naar vraagt. Waarover ik dan wel praat, hangt dan ook (bijna) altijd af van mijn gesprekspartners en ik kan niet zeggen dat ik vaak geconfronteerd word met pijnlijke stiltes. Wat minder egocentrisch denken kan een mens echt deugd doen.
