Stel je even voor: je maakt een natuurwandeling. Hoe doe je dat? Lopend natuurlijk. Maar hoe je dat lopen begint, bepaalt je wandelbeleving. Ik beschrijf twee manieren.
Wandeling 1. Je zoekt een goed gebied uit, bereid je terdege voor en gaat vol verwachtingen op pad. Vandaag ga je echt die ene raaf spotten, bijvoorbeeld, of eindelijk een edelhert zien, of een echte schat vinden. Je gaat gericht op zoek, met kijker of detector. Je laat je door niets afleiden, je hebt een hoger doel en daar ga je voor. Teleurstelling is ingebakken, maar dat accepteer je niet, want je moet en zal dat edelhert, die raven of dat juweel vinden.
Wandeling 2. Je gaat naar buiten en loopt gewoon maar wat. Je kijkt nou eenmaal graag om je heen en laat je verrassen door wat je allemaal hoort en ziet. Je verdwaalt een beetje, geen idee meer waar je bent, maar je komt van alles tegen. Een groepje kraaien dat de fraaiste lucht capriolen uithaalt. Een verschrikte ree die je gebiologeerd blijft aankijken, een achtergelaten knuffel of kleinood tussen de gevallen bladeren. Och. En omdat je zomaar wat loopt, heb je soms óók nog het geluk dat je dat edelhert ziet lopen, die raven hoort krakken en brallen, die verloren verrekijker vindt.
Ikzelf ben meestal van wandeling 1 en beland gelukkig vaak in wandeling 2. Wandeling 2 is Meadow. Als je er niet naar op zoek gaat, zul je het vinden.
Enfin. Op pad.
Terecht is de titel van Meadow niet vertaald. Het spel zou dan ‘Weide’ hebben geheten. Of ‘Grasland’, of ‘weidelandschap’, ‘grazige weide’, ‘hooiland’ kan ook nog. De verzamelnaam die de Engelsen hebben voor dit soort landschappen, kennen we in Nederland niet. Meadow dus. Ik zag de doos en dacht: “hé: Beatrix Potter”. Je weet wel, van die Britserige trutterige boekjes over twee stoute muizen enzo. Die ik trouwens als kind prachtig vond, maar dat terzijde. Het thema, het artwork, de hele look and feel deed me verder denken aan Everdell (ook al met een weide) en Wingspan (ook al met een machientje aan natuurkaarten voor je neus). Natuur als thema is duidelijk in opkomst in spellenland. Ik ben daar wel blij mee. Niks ten nadele trouwens van alle ridders, ontdekkingsreizigers, kolonisten en ruimtemannetjes bij ons in huis.
Eigenlijk zou Meadow een blinde aanschaf moeten zijn, maar toch was dat niet het geval. De recensies, de prentjes, het deed me eigenlijk nét te weinig. Totdat vrouwlief er ineens mee kwam: “dat is nou een spel voor ons joh, waarom koop je dat niet?”. - “Nou ehm… eh... omdat we Wingspan al hebben? Enne… Everdell spelen we toch ook niet meer zo vaak..?” Welnu, dat ging een paar keer zo heen en weer, met een conclusie die we ook zonder discussie al zagen aankomen: naar de spellenwinkel gefietst maar weer. We moesten het toch proberen, niet?
Opzet en eerste indruk
Die doos vond ik toch wel mooi. Best een gave wezel daar op de voorkant. Of was het een hermelijn? Gelukkig kon ik dat meteen opzoeken in het uitgebreide register dat erbij zit. Dat vind ik al 1-0 voor het spel: als er zoveel extra informatie te vinden is over de kaarten die je speelt. De kaarten zijn overigens prachtig geïllustreerd.
Volgende stap was het samen met zoon 2 in elkaar zetten van de vier kaartenbakjes. Die allerhandigst in de uitsparingen van de standaard insert én van het speelbord passen. Dat die insert van plastic is, kan natuurlijk niet meer, maar goed, ik zal het spel tot in de eeuwigheid bewaren, zeg maar. Afval wordt het dan niet. Die bakjes (van karton) zijn overigens behoorlijk geniaal, want het opzetten van een spelletje Meadow is daardoor verwaarloosbaar. Borden op tafel, fiches uitdelen, kaartenbakjes op de juiste plek en beginnen maar. Echt top vind ik dat.
Tot slot vallen nog de dichte envelopjes op. Daar zitten extra kaarten in die later aan het spel kunnen worden toegevoegd. Bijvoorbeeld als je voor het eerst in een natuurpark bent geweest, of als je eindelijk een wild dier voor je neus hebt gehad. Wij voldeden aan alle voorwaarden, maar tóch hebben we die envelopjes even dicht gelaten. Leuk voor later. Slim gedaan ook, want je ergens op verheugen is altijd goed. Dat doen die envelopjes met je.
Regels en eerste potjes
De regels lezen lekker weg, geholpen door een schattige roodborst die je op de details wijst en tips geeft voor je eerste spelletje. Ik zou zeggen: de regels zijn prima vertaald. Die ene fout die ik heb kunnen ontdekken, staat elders op dit forum al uitgebreid beschreven. Dat vijfde joker wandeltegeltje, die met de vraagtekens, gebruik je dus alleen als je met zijn tweeën of drieën speelt. Dat is fijn. En door.
Enfin. De eerste potjes waren gewoon onwijs leuk. Alles klikte meteen. Al die beschikbare kaarten bekijken, de symbolen doorgronden, pakken wat je nodig hebt, puzzelen welke kaart je kunt spelen, ontdekken dat die voedselketen er prima in zit verwerkt, merken dat je in een spannende puntenrace verzeild raakt, enzovoort… het voelde eigenlijk bijna als die fijne wandeling waarin je inderdaad van alles ontdekt.
Spelsysteem
Meadow is een stukje ‘verzameling aanleggen’, gecombineerd met ‘kaarten tableau opbouwen’, met als resultaat zoveel mogelijk punten. De systeempjes zijn natuurlijk niets nieuws. Maar de combinatie tot Meadow dan weer net wel en gevoegd bij het mooie artwork levert het een heel aangenaam spelletje op. Het puntensysteem is daarbij zo verfijnd dat er geen grote verschillen ontstaan. Zo blijft een spelletje Meadow dus spannend.
Je kunt bijna altijd iets doen in dit spel. Je begint met een starthand met vijf kaarten en er liggen er ook nog eens 16 open in je weide. Lege plekjes worden meteen opgevuld, dus dat gaat best hard en geeft elke beurt weer nieuwe opties. Ik vind dat systeem goed uitgebalanceerd. De race naar punten blijft meestal tot het einde toe spannend.
De kunst is dat je probeert elke beurt behalve een kaart uit de weide te pakken ook een kaart te spelen. Eentje die je net gepakt hebt, of een die je al in je hand had. In onze ervaring kan dat bijna altijd. Als je tenminste gebruik maakt van wat er beschikbaar is en niet gaat zitten treuren om wat er niet ligt. Daar hebben we die wandeling weer.
Behalve de kaartenweide ligt er nog een bord, eentje met extra opdrachten die extra punten opleveren: het kampvuurbord. Als je twee bepaalde symbolen voor je hebt liggen (elk spel zijn dat weer andere), kun je een puntenfiche op dat bord plaatsen. Daar zit misschien enige onbalans in: als je namelijk een van de opdrachten hebt vervuld, dan ben je automatisch al halverwege de volgende opdracht. Het komt regelmatig voor dat degene die de eerste bonus pakt, vrij snel daarna ook het tweede en soms zelfs derde fiche kan neerleggen. Dat zijn toch 9 punten in totaal, en in een spel waar de puntenverdeling verder zeer in balans is en je dus geen grote klappen kunt maken, pakt dat soms vervelend uit: je kunt de ‘koning bonuspakker’ niet meer inhalen.
Speelduur
We spelen Meadow met ons tweeën in drie kwartier of een klein uurtje uit. Goed te doen, vinden wij, en het past mooi bij het ‘middengewicht’ van dit spel. Met 3 en 4 spelers kan dat andere koek zijn: hier geldt namelijk dat elke speler een klein half uur aan speeltijd meeneemt. Soms meer, als je speelt met iemand die eindeloos in zijn hoofd gaat zitten puzzelen voordat hij of zij een kaart pakt. Meadow kan met meer dan twee spelers best een beetje gaan trekken.
Thema
Je maakt in Meadow zoals gezegd een natuurwandeling waarin je allerlei verrassingen tegenkomt. Dieren natuurlijk, maar ook bijzondere en minder bijzondere planten, soms door mensen vergeten wandelmateriaal, een geheimzinnig boshuis enzovoort. Maar het blijft natuurlijk een bordspelletje, dus ook hier is het spel een verregaande abstrahering van de werkelijke wandeling. Het gaat immers om de punten. Maar ik schrijf natuurlijk niet zo’n uitgebreide inleiding als ik niet zou vinden dat het thema in Meadow goed werkt.
Herspeelbaarheid
Ondanks de grote hoeveelheid kaarten weet ik niet of de herspeelbaarheid nou zo enorm is. Wat dat betreft valt dit spel bij ons in de categorie van spellen die na 30 tot 50 potjes ongeveer zijn ‘uitgespeeld’ omdat je alle mogelijke combinaties wel hebt doorgrond en niks verrassend meer tegenkomt. Maar goed, daar zijn we nog láng niet natuurlijk. En ik denk dat 30 tot 50 potjes voor velen betekent dat de herspeelbaarheid enorm is.
Conclusie
Meadow is een prachtig spel. Het staat snel op tafel, is (met twee) in een uur gespeeld en heeft een relaxed spelsysteem dat toch voldoende denk- en puzzelwerk vraagt. Ik kan me voorstellen dat je bij Meadow dezelfde problemen kunt ondervinden als bij Wingspan of Everdell: je starthand valt tegen, je ziet de goede kaarten niet open liggen en je gaat zitten wachten tot ze eindelijk verschijnen. Maar echt hè: je speelt het spel dan verkeerd. Of het is gewoon niet jouw soort spel. Meadow is namelijk niet een spel waarin je het maximale uit een gekozen strategie haalt en dus verder bouwt vanuit je gegeven startpunt. Meadow is een spel waarin je situationeel reageert op wat er voor jou beschikbaar is. En probeert te voorkómen dat er teveel moois voor de ánder beschikbaar blijft. Je maakt er elk spelletje gewoon het beste van. Daar zit een stukje acceptatie in: dat iedereen kan winnen en dat je dus niet de toekomst helemaal kunt controleren, maar het beste maakt van wat je tegenkomt. En soms, heel soms, zie je dan alsnog die perfecte combinatie liggen die je óók nog kunt spelen. Als je je ogen maar open houdt.
En die raven? Heb ik laatst weer niet gezien. Maar die leven nog lang en gelukkig. Of ik nou ga wandelen of niet.
Edit titel en tags
