Reforest en Reforest Oerbos: best leuk maar niet zo heel goed
Geplaatst: zo 22 feb 2026, 21:13
Een natuurminnende en spellengekke familie als de onze kan natuurlijk Reforest niet laten liggen. De vertaling heeft even geduurd en ons wachten dus ook, en in die tijd snelde de beeldvorming voor de verschijning uit. Het zou een mashup worden van Wingspan en Forest Shuffle, maar dan snappy and better; sommigen hadden het zelfs al over dé vervanger van beide spellen. Onze nieuwsgierigheid was gewekt en onze verwachting was hooggespannen. Na 18 potjes met twee en drie spelers en een paar solo kan ik alvast verklappen: Reforest lijkt net zoveel op Wingspan of Forest Shuffle als dat ikzelf lijk op Mick Jagger. We zijn allebei mensen.
Materiaal en vormgeving
Dat minidoosje van het basisspel is tof. Nog kleiner dan de doosjes van Oink of Gam'inBiz, propvol kaarten met mooi geïllustreerde planten (het spel) en dieren (de ‘bezoekers’ oftewel rondedoelen). Het Oerbos doosje is groter en heeft veel extra kaarten, plek voor het basisspel en nog meer en ook nog handige kaartverdelers. Maar de doos zelf is vooral onhandig: te groot voor de inhoud en wie het papierversnipperende deksel ontworpen heeft, verdient straf.
De illustraties op de kaarten zijn mooi. Soms speciaal getekend door Janine van Fram of Maddy Vallée, maar meestal uit de bibliotheek gehaald. Allemaal met bronvermelding, dus prima. De achterkanten zijn donker gekleurd. Doe dat nou niet, geachte kaartenmakers. Maak die achterkanten licht van kleur, of in elk geval de randen. Nu zie je na één keer schudden al witte beschadigingen aan de zijkant.
De kaarten zijn behalve mooi ook nogal druk. Het duurt even voor je alle opdrukjes kunt plaatsen. Lettertype en -grootte vragen bijna een vergrootglas. De korte informatieve zinnetjes onderin zijn bijkans onleesbaar: te klein, fout lettertype en weglopende inkt door de linnen afwerking. De kleuren en omvang van de symbolen zijn ook nauwelijks te onderscheiden in het begin, zeker in het speelgebied van je medespelers.
Ook zijn niet alle plantensoorten vertaald. Dat heeft een goede reden: niet alles wat in de bossen van west-Canada groeit, heeft een Nederlandse naam gekregen. De vrienden van DSV leggen dat keurig uit in het boekje. Toch had ik best de Vancouver Eiland kustwolf willen zien, de Pacifische zijbandslak of de zilverharige vleermuis. Het wordt tijd dat deze soorten een keer goed vertaald worden. Oké, misschien niet de taak van de vertalers van DSV, ik snap het.
Regels
Het regelboekje is het kleinste dat ze konden maken, de letters erin ook. En behoorlijk structuurloos. Voor een eenvoudig spel als Reforest moesten we wel erg vaak heen en weer bladeren voor alle kleine regeltjes… om ze soms zelfs niet te vinden: best veel specifieke spelsituaties kom je niet tegen, wat irritant is. De combinatie van onduidelijk regelboekje en slecht leesbare kaarten helpt het spel niet echt op gang. Wat ook niet helpt - ik zeur nog even door - is dat je bijna elke beurt zit te harken met je tableau. Kaarten eronder schuiven, kaarten er weer onder vandaan pulken, kaarten eronder omdraaien, of half zichtbaar maken of juist weer niet. De hele tijd verschuift de boel in je speelgebied. Zie dan nog maar wat je medespelers uitspoken. Of te voorkomen dat je een ongeldige zet doet.
Spel
Doel van het spel is dat je een tableautje bouwt van 6 stapeltjes kaarten. In een beurt pak je ofwel twee kaarten ofwel je speelt er een. Die stapeltjes bestaan uit opeenvolgend gespeelde kaarten die je bovenop of naast elkaar kunt spelen, zodat met elke beurt een ecosysteem groeit van kruiden, varens, planten en struiken met de majestueuze bomen daar weer bovenop. Als dat bos mooi genoeg is, trek je bezoekers aan in de vorm van de verschillende dieren. Of beter gezegd: je strijdt met je medespelers in drie ronden om de rondedoelen (bezoekers) die tevoren worden klaargelegd.
Drie ronden verder volgt een eindtelling, waarbij die doelen belangrijk zijn, maar vooral ook je eigen bos (tableau van kaarten). Je krijgt punten voor de planten die je hebt liggen, voor de grootte van je verschillende stapels - herstel: ecosystemen, en dus ook voor de door jou verzamelde bezoekerskaarten.
Speelplezier
Je speelt een potje Reforest in een half uurtje weg. Met ervaring kan het nog wel sneller allemaal. Het duurt namelijk even voordat je alle eigenschappen op waarde kunt schatten. De eerste potjes doe je maar wat en volg je vooral de richting van de concurrentie op de drie rondedoelen. Later leer je dat je eigen bos toch echt veel meer punten op kan leveren zonder op al die doelen te letten en wordt het meer een strijd voor je eigen gemaximaliseerde setje kaarten. De interactie die dat oplevert, is niet heel groot, maar dat groeit als je het vaker speelt. Dan zie je immers beter wat de ander aan het doen is en welke kaarten daarbij nodig zijn.
Reforest speelt in alle spelersaantallen ongeveer hetzelfde. De herspeelbaarheid is groot, zoals meestal als er zoveel verschillende kaarten bij komen kijken. Je speelt elk potje ook maar met een beperkte hoeveelheid kaarten, wat elk spel weer nieuwe verrassingen oplevert. Daarbij komt nog dat je terreinkaarten kunt toevoegen voor een soepeler start en meer kracht onderweg, of gebeurteniskaarten die je spel tussen de drie ronden beïnvloeden. Die terreinkaarten zijn leuk: soort van asymmetrische start en opbouw, prima. Maar die gebeurteniskaarten hebben slechts destructie tot gevolg en kunnen beter in de doos blijven. Tip: plaats ze helemaal achteraan, dan vangen zij de klappen van die rottige deksel op.
De beperkte hoeveelheid kaarten waarmee je elk spel speelt, brengt me op een minder aspect van Reforest. Als de kaarten op zijn, is de ronde voorbij. Dat kan heel snel gaan, zeker als een speler in een klap een zwik kaarten mag pakken en je na twee beurten alweer klaar bent. Met andere woorden: het trekken van kaarten werkt als een soort Lost Cities race naar de bodem van de stapel. Waar dat in Lost Cities een ijzersterk motief is, past het mijns inziens minder bij Reforest. Ik dacht dat het wel zou wennen, maar in de - best wel veel - potjes die ik het heb geprobeerd, werd het alleen maar erger. Zo erg dat alle spelers aan tafel zich afvroegen wat we in hemelsnaam aan het doen waren. Het evenwicht tussen opbouwen van tableau en afbouwen van trekstapel is een beetje zoek en je invloed op dat evenwicht is te klein. Je denkt een tableau te bouwen maar speelt feitelijk een race naar de bodem van de kaartenstapel. Je speelt dus zo snel mogelijk wat voorhanden is. Soms pakt dat goed uit, soms wat minder. Ik heb al meegemaakt dat ik 3 beurten achter elkaar niks kon spelen en dus kaarten moest trekken. Die trekstapel raakt dan leeg, zonder dat je een kaart hebt gespeeld.
Het administratieve gebeuren bij dit alles kan het beste worden vergeleken met je jaarlijkse belastingformulieren. Matig leesbaar, onnodig complex, veel regeltjes en een foutje is zo gemaakt. Voorbeeld van een beurt: ik speel deze kaart, o nee, dat mag niet, dan maar die kaart, kijk dan mag ik dit, ja die kaart moet er nog onder, of wacht, ik moet dit effect nog uitvoeren en daarna nog dat andere effect en dan kan ik dus dit effect weer onthullen en die kaart omdraaien. Ben ik er nou, even alles langslopen, Ah ik mag nog twee kaarten, o fuck, dan is de ronde voorbij.
De anderen kunnen slechts amechtig wachten, want controleren kun je het niet. Je eigen kaarten zijn al nauwelijks leesbaar, laat staan die van de anderen.
Solo is dit alles iets beter te pruimen, omdat je dan helemaal zelf in de hand hebt wanneer die stapel leeg is. Edoch zijn sommige doelen rekenkundig onhaalbaar en het verschil tussen de moeilijke en de standaard solo slaat domweg nergens op. Toch is Reforest solo een alleraardigst racepuzzeltje in zichzelf. Een die je niet vaak wint trouwens, maar ach, wat is winnen als je alleen speelt?
Conclusie
Reforest ziet eruit als een leuk klein kaartspelletje met prima thema en spelmotieven. Het speelt ook echt leuk, maar is toch vooral een onhandig, ongebalanceerd en abrupt spelletje. Ondanks de mooie illustraties en het leuke tableautje dat je bouwt, vind ik Reforest dus eigenlijk niet zo heel goed. Laat het spel vooral liggen als je je ogen wilt sparen en als je iets van invloed wilt hebben op de loop van het spel. Maar als je haviksogen hebt en in bent voor een snel tableau bouwertje met vreemde wendingen, onnavolgbare beurten en abrupte resets, dan kun je Reforest gerust eens proberen.
En wij? Wij spelen verder, alsmaar verder, want het is nu toch in huis en ondanks of misschien wel dankzij de ergernis willen we nóg een potje. Het zal nú toch wel lukken? Stukje zelfkastijding in het bos.
Reforest en Reforest: Oerbos
1-4 spelers, 10+
Ontwerp: Sébastien Bernier-Wong
Artwork: Janine van Fram, Maddy Vallée
Firestarter Games, (2024), DSV Games (2026)
Materiaal en vormgeving
Dat minidoosje van het basisspel is tof. Nog kleiner dan de doosjes van Oink of Gam'inBiz, propvol kaarten met mooi geïllustreerde planten (het spel) en dieren (de ‘bezoekers’ oftewel rondedoelen). Het Oerbos doosje is groter en heeft veel extra kaarten, plek voor het basisspel en nog meer en ook nog handige kaartverdelers. Maar de doos zelf is vooral onhandig: te groot voor de inhoud en wie het papierversnipperende deksel ontworpen heeft, verdient straf.
De illustraties op de kaarten zijn mooi. Soms speciaal getekend door Janine van Fram of Maddy Vallée, maar meestal uit de bibliotheek gehaald. Allemaal met bronvermelding, dus prima. De achterkanten zijn donker gekleurd. Doe dat nou niet, geachte kaartenmakers. Maak die achterkanten licht van kleur, of in elk geval de randen. Nu zie je na één keer schudden al witte beschadigingen aan de zijkant.
De kaarten zijn behalve mooi ook nogal druk. Het duurt even voor je alle opdrukjes kunt plaatsen. Lettertype en -grootte vragen bijna een vergrootglas. De korte informatieve zinnetjes onderin zijn bijkans onleesbaar: te klein, fout lettertype en weglopende inkt door de linnen afwerking. De kleuren en omvang van de symbolen zijn ook nauwelijks te onderscheiden in het begin, zeker in het speelgebied van je medespelers.
Ook zijn niet alle plantensoorten vertaald. Dat heeft een goede reden: niet alles wat in de bossen van west-Canada groeit, heeft een Nederlandse naam gekregen. De vrienden van DSV leggen dat keurig uit in het boekje. Toch had ik best de Vancouver Eiland kustwolf willen zien, de Pacifische zijbandslak of de zilverharige vleermuis. Het wordt tijd dat deze soorten een keer goed vertaald worden. Oké, misschien niet de taak van de vertalers van DSV, ik snap het.
Regels
Het regelboekje is het kleinste dat ze konden maken, de letters erin ook. En behoorlijk structuurloos. Voor een eenvoudig spel als Reforest moesten we wel erg vaak heen en weer bladeren voor alle kleine regeltjes… om ze soms zelfs niet te vinden: best veel specifieke spelsituaties kom je niet tegen, wat irritant is. De combinatie van onduidelijk regelboekje en slecht leesbare kaarten helpt het spel niet echt op gang. Wat ook niet helpt - ik zeur nog even door - is dat je bijna elke beurt zit te harken met je tableau. Kaarten eronder schuiven, kaarten er weer onder vandaan pulken, kaarten eronder omdraaien, of half zichtbaar maken of juist weer niet. De hele tijd verschuift de boel in je speelgebied. Zie dan nog maar wat je medespelers uitspoken. Of te voorkomen dat je een ongeldige zet doet.
Spel
Doel van het spel is dat je een tableautje bouwt van 6 stapeltjes kaarten. In een beurt pak je ofwel twee kaarten ofwel je speelt er een. Die stapeltjes bestaan uit opeenvolgend gespeelde kaarten die je bovenop of naast elkaar kunt spelen, zodat met elke beurt een ecosysteem groeit van kruiden, varens, planten en struiken met de majestueuze bomen daar weer bovenop. Als dat bos mooi genoeg is, trek je bezoekers aan in de vorm van de verschillende dieren. Of beter gezegd: je strijdt met je medespelers in drie ronden om de rondedoelen (bezoekers) die tevoren worden klaargelegd.
Drie ronden verder volgt een eindtelling, waarbij die doelen belangrijk zijn, maar vooral ook je eigen bos (tableau van kaarten). Je krijgt punten voor de planten die je hebt liggen, voor de grootte van je verschillende stapels - herstel: ecosystemen, en dus ook voor de door jou verzamelde bezoekerskaarten.
Speelplezier
Je speelt een potje Reforest in een half uurtje weg. Met ervaring kan het nog wel sneller allemaal. Het duurt namelijk even voordat je alle eigenschappen op waarde kunt schatten. De eerste potjes doe je maar wat en volg je vooral de richting van de concurrentie op de drie rondedoelen. Later leer je dat je eigen bos toch echt veel meer punten op kan leveren zonder op al die doelen te letten en wordt het meer een strijd voor je eigen gemaximaliseerde setje kaarten. De interactie die dat oplevert, is niet heel groot, maar dat groeit als je het vaker speelt. Dan zie je immers beter wat de ander aan het doen is en welke kaarten daarbij nodig zijn.
Reforest speelt in alle spelersaantallen ongeveer hetzelfde. De herspeelbaarheid is groot, zoals meestal als er zoveel verschillende kaarten bij komen kijken. Je speelt elk potje ook maar met een beperkte hoeveelheid kaarten, wat elk spel weer nieuwe verrassingen oplevert. Daarbij komt nog dat je terreinkaarten kunt toevoegen voor een soepeler start en meer kracht onderweg, of gebeurteniskaarten die je spel tussen de drie ronden beïnvloeden. Die terreinkaarten zijn leuk: soort van asymmetrische start en opbouw, prima. Maar die gebeurteniskaarten hebben slechts destructie tot gevolg en kunnen beter in de doos blijven. Tip: plaats ze helemaal achteraan, dan vangen zij de klappen van die rottige deksel op.
De beperkte hoeveelheid kaarten waarmee je elk spel speelt, brengt me op een minder aspect van Reforest. Als de kaarten op zijn, is de ronde voorbij. Dat kan heel snel gaan, zeker als een speler in een klap een zwik kaarten mag pakken en je na twee beurten alweer klaar bent. Met andere woorden: het trekken van kaarten werkt als een soort Lost Cities race naar de bodem van de stapel. Waar dat in Lost Cities een ijzersterk motief is, past het mijns inziens minder bij Reforest. Ik dacht dat het wel zou wennen, maar in de - best wel veel - potjes die ik het heb geprobeerd, werd het alleen maar erger. Zo erg dat alle spelers aan tafel zich afvroegen wat we in hemelsnaam aan het doen waren. Het evenwicht tussen opbouwen van tableau en afbouwen van trekstapel is een beetje zoek en je invloed op dat evenwicht is te klein. Je denkt een tableau te bouwen maar speelt feitelijk een race naar de bodem van de kaartenstapel. Je speelt dus zo snel mogelijk wat voorhanden is. Soms pakt dat goed uit, soms wat minder. Ik heb al meegemaakt dat ik 3 beurten achter elkaar niks kon spelen en dus kaarten moest trekken. Die trekstapel raakt dan leeg, zonder dat je een kaart hebt gespeeld.
Het administratieve gebeuren bij dit alles kan het beste worden vergeleken met je jaarlijkse belastingformulieren. Matig leesbaar, onnodig complex, veel regeltjes en een foutje is zo gemaakt. Voorbeeld van een beurt: ik speel deze kaart, o nee, dat mag niet, dan maar die kaart, kijk dan mag ik dit, ja die kaart moet er nog onder, of wacht, ik moet dit effect nog uitvoeren en daarna nog dat andere effect en dan kan ik dus dit effect weer onthullen en die kaart omdraaien. Ben ik er nou, even alles langslopen, Ah ik mag nog twee kaarten, o fuck, dan is de ronde voorbij.
De anderen kunnen slechts amechtig wachten, want controleren kun je het niet. Je eigen kaarten zijn al nauwelijks leesbaar, laat staan die van de anderen.
Solo is dit alles iets beter te pruimen, omdat je dan helemaal zelf in de hand hebt wanneer die stapel leeg is. Edoch zijn sommige doelen rekenkundig onhaalbaar en het verschil tussen de moeilijke en de standaard solo slaat domweg nergens op. Toch is Reforest solo een alleraardigst racepuzzeltje in zichzelf. Een die je niet vaak wint trouwens, maar ach, wat is winnen als je alleen speelt?
Conclusie
Reforest ziet eruit als een leuk klein kaartspelletje met prima thema en spelmotieven. Het speelt ook echt leuk, maar is toch vooral een onhandig, ongebalanceerd en abrupt spelletje. Ondanks de mooie illustraties en het leuke tableautje dat je bouwt, vind ik Reforest dus eigenlijk niet zo heel goed. Laat het spel vooral liggen als je je ogen wilt sparen en als je iets van invloed wilt hebben op de loop van het spel. Maar als je haviksogen hebt en in bent voor een snel tableau bouwertje met vreemde wendingen, onnavolgbare beurten en abrupte resets, dan kun je Reforest gerust eens proberen.
En wij? Wij spelen verder, alsmaar verder, want het is nu toch in huis en ondanks of misschien wel dankzij de ergernis willen we nóg een potje. Het zal nú toch wel lukken? Stukje zelfkastijding in het bos.
Reforest en Reforest: Oerbos
1-4 spelers, 10+
Ontwerp: Sébastien Bernier-Wong
Artwork: Janine van Fram, Maddy Vallée
Firestarter Games, (2024), DSV Games (2026)