Er zit heel veel in de doos van Under Falling Skies. Een introductiespel, modules die elk volgende spelletje net weer anders maken, een heuse campagne die - als eenmaal gespeeld - óók weer allerlei modules oplevert... als je Under Falling Skies leuk vindt en graag solo speelt, kun je met dit doosje nog uren door.
Vond ik het leuk? En of. En toch is het spel voor mij alweer klaar. Dat ook. Toelichting hieronder.
Het introductiespel begint in de stad Roswell: je weet wel, de plek in de VS waar ooit een weerballon, herstel, een buitenaards schip is neergestort. En waar nu dus ook allemaal buitenaardse schepen het op hebben gemunt. Deze vijandelijke schepen komen ook nog van een moederschip dat langzaam uit de lucht komt vallen.
Het enige wat helpt is schieten. En onderzoeken hoe je die aliens kunt verslaan. Als dat laatste succesvol is, win je. Als het moederschip landt, ben je verloren. Als de schepen te vaak succesvol aanvallen ook. Elke nieuwe ronde komt het moederschip én jouw einde dichterbij. Een race tegen de klok en tegen naar beneden vallende scheepjes, dat is Under falling skies.
Hoe doe je dat nou allemaal? Met dobbelstenen. Je krijgt er vijf voor eenmalig per beurt werpen en plaatsen. En eventueel een paar extra die als robots mogen blijven staan maar elke keer dat je ze gebruikt in waarde dalen. Logisch: ook robots schrijf je af.
Hoe pak je die strijd nu aan? Je kunt je dobbels zo plaatsen dat ze vijandelijke schepen uit de lucht schieten. Je kunt ze zo plaatsen dat je gaat graven naar betere verdedigingsacties. Je moet ze ook inzetten voor nieuwe energie, of voor onderzoek naar de vijand. Dat laatste is het eigenlijke overwinningsspoor: als je die tot het einde toe doorlopen hebt, win je het spel.
Het spelletje werkt aldus eenvoudig: je hebt een vijandelijk moederschip dat steeds dichterbij komt, je hebt vijandelijke schepen die je aanvallen en een stapje verder op je schadespoor opleveren, je hebt eigen luchtschepen die kunnen verdedigen, je kunt energie winnen en weer inzetten, je kunt onderzoek doen voor je overwinning en je kunt je graafmachine inzetten voor betere acties. Dat doe je allemaal met die dobbelstenen die je zo goed mogelijk in zet elke keer.
Het spelletje werkt goed en beneemt je al snel de adem. Het allerlaagste moeilijkheidsniveau is in de eerste potjes al heel stevig. Die schepen komen van alle kanten naar beneden, je gooit op de een of andere manier altijd de verkeerde ogen op je stenen, je hebt al snel te weinig energie, kunt te weinig graven of schieten en aan dat onderzoek kom je al helemaal niet toe. Het duurt allemaal even tot je de basisprincipes doorhebt. Als dat is gelukt, ben je toe aan een hoger niveau, óf aan een andere startpositie met behulp van andere tegels in de doos. Nieuwe steden bijvoorbeeld. Geen Roswell meer maar New York, of Rio de Janeiro. En zo kun je als je wilt dus de hele doos door. Nieuwe steden, nieuwe hulpmiddelen, ja zelfs verschillende karakters worden toegevoegd om het je gaandeweg toch weer wat moeilijker te maken of juist op weg te helpen.
Ik ga die basisprincipes niet uitleggen hier, want dan hoef je het zelf niet meer te proberen natuurlijk. Het toepassen ervan is in het begin erg leuk. Bij mij ontstond echter iets raars. Of eigenlijk misschien niet zo raar, als je bedenkt dat ik er langzaamaan achter kom dat ik eigenlijk geen solospeler ben.
Intermezzo… ik mis als ik solo speel al snel een gezicht, een levend en denkend mens tegenover of naast me. Solo spelen wordt dan al snel een plichtmatige routine, in plaats van een hernieuwde verrassing. Reden waarom ik ook nog nooit iets op BGA of de app heb geprobeerd te spelen. Voor mij is dat digitale gewoon té tegengesteld aan wat ik met een bordspel wil. Een goeie automa bij zwaardere spellen kan ik dan nog wel appreciëren, maar ook dat gaat mij toch eerder vervelen dan een levend bordspel met mensen.
Enfin, terug naar Under falling skies. Het rare was dus dat ik het spel zat werd zodra ik die basisprincipes door begon te krijgen. Elke keer als ik weer begon werd het: “oké, eerst dit even regelen, dan snel dat doen en daarna door naar zus en vervolgens héél snel zo doen”. Beetje jadiejadieja, zeg maar. Als je een beetje oké dobbelde, dan werkte het lekker, maar met als gevolg dat het uitspelen eigenlijk niet interessant meer was. En als je niet zo oké gooide, of een foutje maakte met het plaatsen, dan zag je het al snel misgaan met als gevolg dat het uitspelen kansloos werd. In beide gevallen ontbreekt het aan de spanning die je de eerste potjes nog wél voelde. Uitspelen deed ik dus in beide gevallen niet meer.
Mijn conclusie is daarom vrij hard, uiteindelijk, maar dat komt omdat ik herspeelbaarheid een van de belangrijkste criteria vind voor het beoordelen van een spel. Herspeelbaarheid als in: blijft een spel verrassen, blijft een spel spannend, wat doet mijn medespeler dit keer, blijft het gewoon ook leuk om te spelen? Is Under falling skies spannend? Ja, maar als je het doorhebt valt die spanning weg. Is het spel verrassend? Ja, maar die verrassing is er te snel weer uit. Is Under falling skies interactief? Zeker, maar te snel ken je je tegenstander. Is het leuk om te spelen? Ja, maar na een paar potjes werd het mij toch te plichtmatig en repetitief allemaal.
Kortom: ik heb me uitstekend vermaakt met Under falling skies, wel 17 potjes lang, maar het is intussen wel de deur weer uit.
PS over de storende spelregelfout in de NL vertaling hebben we het niet meer. Of wel, maar dan graag in dit draadje.
