Zeg jij jij dan in volgende zin: 'De speler die bovenaan het puntenspoor staat mag hun grondstofmarker één vakje opschuiven' ofzo? Want dat is grammaticaal toch echt geen goed NederlandsBrokenMill schreef: In de Nederlandse spelregels van mijn spel gebruik ik zoveel mogelijk "speler(s)/hun" en "je/jouw" in plaats van hij/zij en zijn/haar.
Kost soms net iets meer moeite, maar ik vind het wel een goede zaak om er op te letten
Waarom zou 'berggeit' altijd vrouwelijk zijn? Dan zou de soort snel uitgestorven zijnSlechte voorbeelden misschien, maar een berggeit is altijd vrouwelijk begrijp ik?
Klinkt toch raar.
Zoals Olafv al aanhaalt zit je dan nog steeds met het probleem van de bezittelijke voornaamwoorden, waarbij ook voor een op het eerste zicht neutraal woord als 'speler' ook een keuze gemaakt moet worden voor zijn of haar en omdat speler mannelijk is, moet het dan 'zijn' zijn.Maar goed, misschien werkt iets in de sfeer van 'de speler' of 'de entiteit' (dan pakken we alles wat zich aangesproken kan voelen mee)?
Ik vraag me inderdaad ook af of er iemand echt een probleem van maakt als er in spelregels gewoon consequent mannelijk of vrouwelijk gebruikt wordt. Zelfs een disclaimer in het begin vind ik wat onnozel, hoewel het natuurlijk geen kwaad kan.
En als je consequent 'de speler' gebruikt ipv 'hij of zij', krijg je toch wel wat onnatuurlijke en lastig te lezen zinnen, zoals in dit willekeurig gekozen stuk uit de regels van 'Reavers of Midgard' waar ik op dit moment mee bezig ben: "Rust: Wanneer een speler de kost om een actielocatie te activeren niet kan of wil betalen, moet hij rusten. Als een speler rust, mag hij 2 voedsel uit de voorraad nemen of 1 bemanningsdobbelsteen in een kleur naar keuze en deze op zijn spelersbord plaatsen op een zijde naar keuze."
tegenover:
"Rust: Wanneer een speler de kost om een actielocatie te activeren niet kan of wil betalen, moet de speler rusten. Als een speler rust, mag de speler 2 voedsel uit de voorraad nemen of 1 bemanningsdobbelsteen in een kleur naar keuze en deze op zijn spelersbord plaatsen op een zijde naar keuze."
Vind ik toch wat minder vlot lezen en dan is het aantal maal 'de speler' hier nog redelijk beperkt.
Daarbovenop heeft dat woord ook weer heel wat meer letters en dat is - zoals reeds gemeld - niet ideaal. Nog een ander voorbeeld dan 'dobbelsteen' bijv is 'gelijkstand' tgo 'tie'.
Een andere optie is niet te spreken in de derde persoon, maar in de tweede persoon en dus de lezer rechtstreeks aan te spreken:
"Rust: Wanneer je de kost om een actielocatie te activeren niet kan of wil betalen, moet je rusten. Als je rust, mag je 2 voedsel uit de voorraad nemen of 1 bemanningsdobbelsteen in een kleur naar keuze en deze op je spelersbord plaatsen op een zijde naar keuze."
Ik ben vaak geneigd om de originele zinsbouw te gebruiken (dus als in het Engels 'the player' staat vorm ik mijn zin gelijkaardig), maar door dit aan te passen, verdwijnt het probleem volgens in mij in de meeste gevallen.
Dan zit je enkel nog met het probleem als het in de spelregels effectief over een andere speler gaat zoals: 'Als je aangevallen wordt, mag de aanvallende speler ZIJN persoonlijke dobbelstenen rollen' (verzonnen vb)



