Het eerste gelukje hadden we al met het trekken van onze rollen. Hij speelde de waterbouwkundige en ik de timmerman. Dijken bouwen en watermolens neerzetten werd dus onze focus. In de eerste fase van het spel voegde zoonlief meteen 7 miljoen burgers toe, vertegenwoordigd door 7 oranje blokjes. En hij bouwde dijken en nog eens dijken, het échte Hoogwaterbeschermingsprogramma was er niks bij. Niks inspraak, gedoe over bedorven uitzicht, onteigeningen, communicatiemanagement en wat allemaal niet meer. Gewoon op Chinese wijze versterken die dijken. Een van de vier doelen was dus snel bereikt.
Ikzelf moest intussen pijlsnel naar het noorden, want daar ging het helemaal mis. Friesland, Noord-Holland: het lag na een paar opeenvolgende stormen vol zeewater. Gelukkig kon ik dankzij een speciale gebeurtenis twee dijkringkaarten ruilen en zo de Waddendijk bouwen. Dat was dan doel twee. Pompen maar. Het lukte zowaar om het hele noorden droog te malen.
Maar vervolgens ging het in Zeeland mis. Storm, volle maan, springtij, dijkbreuk, je kent het wel. Het leek verdorie 1953. Walcheren, Zuid-Beveland, Zeeuws-Vlaanderen: we moesten die gebieden opgeven teneinde onze burgers op Schouwen te beschermen.
Omdat ik bijna genoeg gele dijkringen in handen had, ging ik de 'normaliseringswerken' oppakken rond de IJssel (doel drie). Dat was een flinke reis uit Friesland, en ik had mijn hielen nog niet gelicht of het ging weer mis daar. Op de foto is te zien hoe dat ging. De zee stroomde na twee snelle stormen aan alle kanten langs die waddendijk van ons.
We lieten ook Friesland en Wieringen los en gingen allebei vol aan de bak voor ons laatste doel: de Zeeuwse Deltadijken. En dan moet je het geluk een beetje aan je zijde hebben met het trekken van voldoende oranje dijkringen. En dat hadden we.
Al met al hebben we in een klein uur tijd vijf stormen overleefd (de rest lag nog te wachten in de stapel), de Zeeuwse Deltadijken gebouwd en last but not least: geen enkele burger verloren dit keer.
Geluk gehad? Het zal wel. Maar spannend wás het!

