Stel je voor. Je bent een alien, afkomstig van de planeet Iks. Je stapt in een vliegende schotel en je ontdekt per toeval de aarde. Hoe zot kan het leven zijn, nietwaar. Op aarde aangekomen, zie je allerhande rare dingen: auto’s, bomen, pizza’s en nog veel meer. Jouw opdracht, als alien zijnde, is eenvoudig. Geef een naam aan die bizarre dingen. Is een vogel een Daflapper of een Stelutter, een stoel een Orn of een Ploaf? Ik weet het, het klinkt raar. Maar toch is dit wat we in Beeblio zullen doen.
Beeblio bevat 6 karakterkaarten in 6 kleuren, 200 voorwerpkaarten, 234 woordkaarten, een speelbord, een scorespoor, 6 scorefiches (1 in iedere kleur) en 36 (van iedere kleur 6) antwoordfiches.
Het speelbord wordt in het midden van de tafel gelegd met het scorespoor ernaast. Iedere speler kiest een karakterkaart en plaatst de scorefiche van zijn kleur op het vakje O op het scorespoor. De speler ontvangt ook de zes antwoordfiches in zijn kleur. De woord- en de voorwerpkaarten worden geschud en in gedekte stapels naast het spelbord gelegd. Iedere speler krijgt zeven woordkaarten en neemt een pen en papier (niet meegeleverd met het spel).
We zijn klaar om Beeblio te spelen. Beeblio kent twee delen: deel 1 is voorwerpen benoemen, deel 2 is zinnen maken. Er worden eerst drie rondes voorwerpen benoemen gespeeld vooraleer je overstapt naar deel 2, zinnen maken.
In deel 1, voorwerpen benoemen, trekt iedere speler een voorwerpkaart van de stapel en legt deze met de afbeelding naar boven op het vakje van zijn alien op het speelbord. Daarna kiest iedere speler een woordkaart uit zijn hand die hij het beste vindt passen bij zijn voorwerp en legt deze gedekt op tafel. Zodra alle spelers een woordkaart gedekt voor zich hebben neer gelegd, worden de woordkaarten verzameld en geschud. In een spel met slechts drie of vier spelers wordt er nog een extra kaart van de woordstapel toegevoegd.
De woordkaarten worden nu open neergelegd op een willekeurige, genummerde locatie aan de rand van het bord. Vervolgens legt elke speler een antwoordfiche met het nummer van zijn woordkaart gedekt op zijn voorwerpkaart. Als je woordkaart bijvoorbeeld op de locatie met nummer 2 wordt neergelegd, dan neem je de antwoordfiche met de twee en leg je die gedekt neer op jouw voorwerpkaart.
Daarna probeert iedere speler nu de voorwerpen en de woorden van de andere spelers te matchen. Ze doen dit door op elke voorwerpkaart één van hun antwoordfiches te leggen met het, volgens hen, nummer van het bijpassende woord. Als iedereen dit gedaan heeft, worden er punten geteld. Eén voor één worden de antwoordfiches op de voorwerpkaart omgedraaid, als laatste de antwoordfiche van de eigenaar van het voorwerp. Die speler krijgt een punt voor iedereen die zijn woord geraden heeft. De andere spelers die het correcte woord aan het voorwerp koppelden, ontvangen ook een punt.
De punten worden bijgehouden op het scorespoor. Waarvoor zou dat ding anders dienen? Iedere speler probeert te onthouden welk woord bij welk voorwerp hoort. De gebruikte woord- en voorwerpkaarten die bij elkaar horen, worden samen in een sleuf in de rechtopstaande doos, met de woorden en afbeeldingen naar beneden, geplaatst. Zij zullen opnieuw gebruikt worden in deel 2.
Daarna worden nog eens twee rondes voorwerpen benoemen gespeeld. Na de derde ronde voorwerpen benoemen, gaan de spelers over naar deel 2 zinnen maken. In dit deel krijgt elke speler drie van de in deel 1 aan elkaar gekoppelde kaartparen (woord + voorwerpkaart) uit de doos. Van deze drie kaartparen bekijk je de voorwerpkaart en moet je met twee ervan een kloppende zin maken van maximaal negen woorden. Alle spelers schrijven hun zin op een blaadje. Spelers mogen dus niet naar de bijhorende woordkaart kijken.
Als iedereen een zin heeft opgeschreven, leest de iedere speler zijn zin voor. De rest van de spelers schrijven op hun blaadje op wat zij denken dat beide woorden betekenen, maw welk voorwerp bij de woorden passen. Een speler die beide woorden in een zin geraden heeft, krijgt een punt. De speler die de zin verzon, krijgt een punt per speler die beide woorden wist te koppelen. Hij krijgt ook nog een extra punt voor elk woord dat hij juist opgeschreven heeft.
Na het deel zinnen maken, is het spel afgelopen. Wie de meeste punten heeft, wint.
Och ja, er zijn speciale regels voor twee spelers. Beeblio is echter bedoeld voor meer spelers, het spel komt niet echt tot zijn recht met twee spelers. Er is ook nog een variant. In plaats van in deel 2 zinnen te maken, kan je er ook voor kiezen om een quiz te spelen. Een willekeurig kaartpaar wordt uit de doos genomen. De woordkaart wordt voorgelezen. Wie nu als eerste het juiste voorwerp raadt, krijgt een punt.
Copyright Identity Games
Beeblio is een eenvoudig tussendoortje, bedoeld om met meerdere spelers te spelen. Beeblio komt het best tot zijn recht met vijf of zes spelers. Veel strategie, tenzij je gedachten kan lezen, zit er niet in het spel verweven. Het is puur gokken in deel 1, voorwerpen benoemen. Wie juist gokt, krijgt punten. Deel 2, zinnen maken, is een soort van memory. Wie het best kan onthouden, zal hier punten scoren.
De winnaar is de speler met het beste geheugen die in deel 1 het meest juist gegokt heeft. Beeblio is leuk voor een paar potjes met een paar gelijkgestemde spelers die in een goede bui zijn. Als bepaalde van die spelers dan nog proberen een wetenschappelijke uitleg te verzinnen waarom ze een bikini een yashmooza hebben genoemd, krijg je wel een aantal leuke momenten. Maar voor mij was het leuke er na een paar potjes er al snel van af.
Samengevat, Beeblio kan ik aanraden als afsluiter van een gezellige familiebijeenkomst of een oudejaarsavond met enkele vrienden. Volbloed gezelschapsspelers zullen dit echter nooit voorstellen. Daarvoor is de geluksfactor veel te hoog.
- Beeblio (Identity Games, 2022)
- Auteur: Team Identity Games
- Artwork: Karida van Bochove
- 2-6 spelers vanaf 10 jaar
- 30 minuten
- https://identitygames.nl/spellen/beeblio/
- Adviesprijs: 13,99 euro
