Friesland. Ik kom er graag. Niet alleen in Friesland trouwens. De laatste jaren hebben mijn vrouw en ik Nederland als vakantieoord leren waarderen. Zeeland is heel dichtbij, snel bereikbaar en leuk om te vertoeven. We verloren ons hart aan de Waddeneilanden, Schiermonnikoog en Vlieland op kop. We rijden graag naar Drenthe. Oud-Aalden is onze favoriete verblijfplaats om natuurlijk van 2de Exloërmond maar te zwijgen. Groningen heb ik leren kennen door hoe kan het ook anders, het bordspel Grunn. Maar Friesland is van oudsher onze favoriet. Daar zit de Elfstedentocht en de legendarische edities van 1985 en 1986 die ik heel bewust meemaakte voor iets tussen natuurlijk. Samen met onze kinderen deden we een deel van die legendarische tocht dunnetjes met de fiets over. Bolsward, Boalsert in het Frysk, was onze uitvalsbasis. Nu is er dus Frysk, een bordspel dat aanzet om Friesland te ontginnen. Ik kan niet wachten om ermee te beginnen. Let’s go.
De doos van Frysk bevat 87 landschapstegels: 20 blauwe (veen/hooiland), 18 gele (lichte klei/akkerland), 16 groene (zware klei/weiland), 11 paarse (kwelder/terp), 11 bruine (veen/turf) en 11 rode (stadsgebied). Daarnaast vinden we ook 32 gebouwen in de doos terug: 12 gele (boerderijen), 12 groene (stallen) en 8 paarse (kerken). Waterwegen kunnen in Friesland natuurlijk niet ontbreken, dus ja hoor, 53 van die blauwe langwerpige dingen (waterwegen dus) zitten ook in de doos.
Het spelmateriaal bevat ook nog 1 aanwijskaart, 10 overzichtskaarten, 1 scoreblok, de spelregels in het Fries en in het Nederlands, 38 actiekaarten en 54 fiches (11 stadsrechten, 16 meren, 15 zand/coulissenlandschappen en 12 natuur/vuurtorens). De doos bevat ook één scenariokaart. Een deel van dit spelmateriaal is enkel nodig bij bepaalde scenario’s (later meer hierover).
Het opzet van Frysk is eenvoudig en niet vernieuwend, want de speler met de meeste punten wint. Hoe verzinnen ze het.
Vooraleer we een potje Frysk kunnen starten, moeten we de landschapstegels goed schudden. Niet eenvoudig met 87 van die dingen. Elke speler krijgt vier willekeurige tegels. De overige tegels worden over meerdere trekstapels verdeeld en in het midden van de tafel gelegd.
Een landschapstegel heeft een te ontginnen zijde (achthoek) en een ontgonnen zijde (cirkel). Vijf landschapstegels worden, naast de trekstapels met landschapstegels, in een rij gelegd, de te ontginnen zijde bovenaan. Stadsgebiedstegels hebben geen te ontginnen zijde. Dus daar maakt het niet uit welke zijde boven ligt.
De actiekaarten worden eveneens geschud en vormen een gedekte trekstapel. Boven elke landschapstegel in de rij wordt een opengelegde actiekaart gelegd, vijf in totaal dus. De twee rijen samen vormen de veiling.
Je hebt dus een rij met vijf actiekaarten (en links daarvan de gedekte trekstapel) en daaronder een rij met vijf landschapstegels (en links daarvan de trekstapels). Rechts van beide rijen, aan het einde dus wordt de aanwijskaart gelegd. De pijl wijst in de richting van de beide rijen en wijst zo het beginpunt aan.
Elke speler neemt twee overzichtskaarten en legt deze met een verschillende zijde naar boven voor zich neer. Hij krijgt ook vijf waterwegen om te beginnen. Waterwegen hebben een dubbele doel in het spel. Je kunt waterwegen en meren bouwen. Maar waterwegen en meren dienen ook als betaalmiddel (één meer is vijf waterwegen). Het overige spelmateriaal (waterwegen, gebouwen, meren, stadsrechten, …) worden bereikbaar voor iedere speler op tafel gelegd.
Tot slot legt elke speler zijn vier landschapstegels voor zich neer. Iedere tegel moet met minimaal een zijde aan een andere tegel grenzen, de te ontginnen zijde naar boven. De vier tegels vormen op die manier een aaneensluitend gebied. We zijn klaar om Frysk te spelen.
De vrij te kiezen startspeler begint met een eerste beurt. De andere spelers volgen, met de klok mee. Er zijn in totaal twaalf beurten.
Tijdens een beurt moet een speler een landschapstegel met bijhorende actiekaart uit de veiling nemen. De tegel en actiekaart die het dichtst bij de aanwijskaart liggen, zijn gratis. Voor een combinatie verderop in de rij moet je betalen. Je doet dit door een waterweg te leggen op iedere combinatie die je overslaat. Om de meest linkse combinatie te kiezen, kost je dit vier waterwegen. Een speler die na jou een combinatie neemt waarop er waterwegen liggen, mag die waterwegen houden.
Als een speler een combinatie gekozen heeft, worden alle andere combinaties die erachter liggen naar rechts opgeschoven. Ze gaan dus een plaats vooruit. De vrijgekomen plaats op het einde van de rij wordt ingenomen door van de trekstapels een nieuwe nog te ontginnen tegel en een nieuwe actiekaart te nemen.
De speler legt nu de nieuwe landschapstegel met de nog te ontginnen zijde naar boven aan in zijn gebied. De nieuwe tegel moet dus minimaal met een zijde aan een andere tegel grenzen. Er zijn twaalf beurten. Een speler begint met vier tegels. In totaal zal de speler dus 16 landschapstegels hebben. Daarmee maken de spelers een patroon van vier op vier.
De pas verworven actiekaart moet meteen geactiveerd worden. Met een actiekaart kan je een tegel ontginnen. Enkel een tegel in de afgebeelde kleur kan ontgonnen worden (Rode tegels, stadsgebieden, moet je niet ontginnen. Er zijn dus geen actiekaarten met rode tegels.). Je ontvangt meteen het aantal afgebeelde waterwegen op de actiekaart. Sommige actiekaarten ontginnen geen landschap. Ze geven bijvoorbeeld de speler de mogelijkheid om een tegel te verplaatsen naar een lege plek in zijn gebied of om twee tegels van plaats te wisselen. De fierljepkaart geeft de speler direct vier waterwegen. (In sommige scenario’s, zie later, krijgen de fierljepkaarten nog een andere functie).
Indien een verworven actiekaart niet kan (of de speler wil het niet) uitgevoerd worden, dan gaat de kaart ongebruikt naar de aflegstapel.
Tot slot kan een speler in zijn beurt één meer of gebouw of stadrecht en/of één waterweg bouwen. Een speler kan dus nul, één of twee objecten bouwen. Bij twee objecten gaat dit om één waterweg en één van de andere objecten. Iedere landschapstegel kan maar één object bevatten. Gebouwen mogen alleen op ontgonnen landschapstegels gebouwd worden. De kleur van elk object correspondeert met de kleur van de landschapstegel waarop het object kan gebouwd worden.
Ieder ontgonnen landschapstegel geeft de kosten van het te bouwen object aan. Je betaalt met waterwegen. Meren en stadsrechten zijn blauwe of rode fiches. De gebouwen zijn houten speelstukken. Een meer bijvoorbeeld kost vijf waterwegen, een kerk zeven. Let wel, op is op. Objecten kunnen dus uitgeput geraken en kunnen dan niet meer gebouwd worden.
Op ontgonnen bruine tegels (veen/turf) kan je niet bouwen. Ze leveren natuurlijk bij ontginning wel meer waterwegen op dan andere tegels. Eenmaal ontgonnen leveren ze bij het begin van een beurt van de betreffende speler telkenmale een waterweg op. Niet vergeten als speler om dit bij het begin van een beurt te nemen. Doe je dit niet, kans verkeken, inkomsten die beurt weg.
Een speler kan in zijn beurt ook altijd één waterweg in zijn gebied aanleggen. Je bent natuurlijk dan wel die waterweg als betaalmiddel kwijt. Een waterweg leg je tussen twee tegels of naast één tegel. Ze hoeven niet aan te sluiten bij andere waterwegen.
We spelen op die manier verder tot iedere speler twaalf beurten kreeg en iedere speler dus een perfect vier bij vier landschapsgebied heeft. Een speler krijgt nu punten voor zijn landschapstegels (ontgonnen of niet ontgonnen) en zijn gebouwde objecten. Een handig overzicht in de spelregels alsook de overzichtskaart maken duidelijk hoeveel punten alles oplevert.
Blauwe landschapstegels bijvoorbeeld scoren twee punten per tegel. De speler met de meeste blauwe tegel krijgt nog eens zeven punten extra, nummer twee ontvangt drie punten. Een kerk is vijf punten waard, stadsrechten zeven punten. Meren leveren vier punten op. Zijn meren verbonden via waterwegen dan zijn ze meer punten waard. Gelukkig staan er in de spelregels een aantal voorbeelden om dit duidelijk genoeg te maken.
Waterwegen leveren één punt op als ze aangelegd zijn tussen twee ontgonnen landschapstegels.
Wie de meeste punten heeft wint. Bij een gelijkspel wint de speler die nog de meeste niet gebouwde waterwegen in zijn bezit heeft.
Met zes spelers is er een lichte aanpassing van de regels. De spelers krijgen aan het begin maar twee in plaats van vier tegels. En er zijn maar tien beurten in plaats van twaalf. Een spelersgebied is dus maar 3 op 4 tegels.
Een leuke twist aan Frysk is dat je in 42 Friese musea gratis een scenariokaart kan ophalen. Deze scenariokaarten geven een twist aan de spelregels (spelmateriaal dat hierbij nodig zit standaard in de doos). De scenario’s hebben blijkbaar een link met het museum waar ze te krijgen zijn. Verschillende scenariokaarten kunnen met elkaar gecombineerd worden. Ter promotie van het spel is één algemene scenariokaart (er zijn dus in totaal 43 scenariokaarten) gedrukt. Deze algemene scenariokaart voegt nog een landschapstype toe, namelijk zand en zit standaard in de doos van Frysk.
Je hebt de scenariokaarten niet nodig om Frysk te spelen, maar ze voegen een extra dimensie aan het spel toe. Niet alleen word je getriggerd om Friese musea te bezoeken, maar het zijn meteen 43 mini-uitbreidingen bij het spel.
Je kan Frysk ook solo spelen.
Copyright Jitske Andringa
Beste spellenvriend. Ik was en ben nog steeds een grote liefhebber van Grunn, de voorganger van Frysk. Grunn is, vind ik, heel mooi uitgegeven, eenvoudige regels, speelt snel en blijft ook na verschillende potjes heel leuk om te spelen. Ook Grunn bevat scenariokaarten die af te halen waren in de verschillende musea in Groningen.
Frysk bevat voor 80% de mechanismen van Grunn. De landschapstypes werden aangepast naar Friese normen: stadsgebieden (elf steden snap je) vervangen de Groningse zandruggen. Turf doet zijn intrede en water krijgt een prominentere rol. Geld (Grunn) is als betaalmiddel vervangen door waterwegen en meren (Frysk).
Wie Grunn goed kent, moet wel oppassen bij de kleur van de landschapstegels. Het effect van de bruine tegels (Grunn) wordt nu gegenereerd door de groene tegels (Frysk). De bruine tegels in Frysk doen wat de lichtgroene tegels in Grunn deden. Het effect van de groene tegels uit Grunn wordt nu bekomen door de blauwe tegels. Geel, paars en rood blijven gelijk.
Waterwegen krijgen een prominentere rol. Je mag sowieso altijd een waterweg aanleggen. Let wel, enkel waterwegen die tussen twee ontgonnen tegels liggen, genereren punten. In onze eerste potjes Frysk zagen we dit over het hoofd.
De belangrijkste toevoeging in Frysk zijn de meren. Die dingen scoren vier punten. Ok, dat vat ik. Maar daarnaast brengen meren meer punten op als ze via waterwegen met elkaar verbonden worden. En dat is meteen mijn enige puntje van kritiek op Frysk. De verbindingen van die waterwegen voor de meren zorgen voor heel wat denkwerk. Ze moeten namelijk langs andere landschapstegels lopen dan de meren zelf én je mag ze slechts een keer gebruiken voor een verbinding. Een medespeler verzamelde in een van onze potjes meren en probeerde die te verbinden met waterwegen. We waren toch een tijdje zoet om te bepalen hoeveel punten die dingen elk opbrachten. Hij kan natuurlijk aan ons liggen. Er staan nochtans heel wat voorbeelden hiervan in de spelregels, maar deze toevoeging maakt Frysk een stukje ingewikkelder dan Grunn. En voor mij, was precies die eenvoud van Grunn een meerwaarde.
Een fout die in beide spellen door beginnende spelers af en toe gemaakt wordt, is dat je voor het ontginnen van tegels niet moet betalen, maar dat je betaald wordt. Ontginnen van het landschap wordt gewaardeerd en wie dit doet, wordt beloond. In Grunn krijg je centen, in Frysk waterwegen.
In de spelregels van Frysk staat een uitgebreide en mooi geïllustreerde uitleg van de Friese landschappen en de Friese taal. Grunn stelt het met een heel bondige beschrijving van het Groningse landschap.
De opzet van het spel, promoten van Friesland, is een nobel streven. Ik vraag me alleen af hoeveel spelers de Friese musea bezoeken om de scenariokaarten te verzamelen. Of omgekeerd, hoeveel bezoekers van de musea effectief Frysk kopen.
Samengevat, Grunn en zijn opvolger Frysk, kunnen me allebei bekoren. Zijn ze vernieuwend van spelconcept? Neen. Er zit ook het nodige portie geluk bij het opendraaien van de tegels en de actiekaarten. Het kan dat de openliggende combinaties niet diegenen zijn die je nodig hebt. Of ze worden voor jouw neus weggekaapt door een medespeler. Maar dit bederft, mijns inziens, de spelvreugde niet. Frysk is net zoals zijn voorganger Grunn snel te leren en te spelen met voldoende uitdaging om de juiste combinaties te maken in jouw spelgebied. Punten scoor je met de landschapstegels an sich en met het bouwen van objecten. Frysk staat garant voor een halfuurtje spelplezier. Meer moet dat, mijns inziens, niet zijn.
Ik kan Frysk en zijn voorganger Grunn ten zeerste aanbevelen. Ze verdienen zeker meer aandacht dan ze nu links en rechts krijgen.
- Frysk (Kapstok producties, 2025)
- Auteur: Robert Brouwer en Arjan Van Houwelingen
- Artwork: Emma Wilson
- 2-4 spelers vanaf 8 jaar
- 10-20 minuten
- https://www.visserstrui.eu/nl/frysk-bordspel.html
- Adviesprijs: 35 euro
